BWBR0007049
Geldig vanaf 2018-10-06
Artikel 6.8
Regeling handel levende dieren en levende producten
1. Een inrichting als bedoeld in artikel 6.3, eerste lid, onderdeel e, wordt door de minister voor de toepassing van deze regeling erkend indien:
a. een volledig ingevulde, ondertekende en gedagtekende aanvraag voor een erkenning bij de NVWA is ingediend, en
b. uit een door de keuringsdierenarts ingesteld onderzoek is gebleken dat: 1) de inrichting voldoet aan bijlage II, onderdeel 1, onder a en e, van richtlijn nr. 2009/158/EG;
2) de ondernemer die de inrichting drijft voldoet aan de paragrafen 4 en 5 van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s;
3) de ondernemer die de inrichting drijft een administratie voert waaruit de gegevens kunnen worden afgeleid die nodig zijn om de bevoegde dierenarts en de keuringsdierenarts in staat te stellen de gezondheidssituatie in de inrichting permanent te volgen;
4) gewaarborgd is, dat de keuringsdierenarts en de bevoegde dierenarts in verband met de door hen in het kader van richtlijn nr. 2009/158/EG uit te oefenen taken, toegang tot de inrichting hebben en aan hen alle medewerking zal worden verleend en alle inlichtingen zullen worden verstrekt, die zij ter uitoefening van deze taken nodig achten.
1) de inrichting voldoet aan bijlage II, onderdeel 1, onder a en e, van richtlijn nr. 2009/158/EG;
2) de ondernemer die de inrichting drijft voldoet aan de paragrafen 4 en 5 van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s;
3) de ondernemer die de inrichting drijft een administratie voert waaruit de gegevens kunnen worden afgeleid die nodig zijn om de bevoegde dierenarts en de keuringsdierenarts in staat te stellen de gezondheidssituatie in de inrichting permanent te volgen;
4) gewaarborgd is, dat de keuringsdierenarts en de bevoegde dierenarts in verband met de door hen in het kader van richtlijn nr. 2009/158/EG uit te oefenen taken, toegang tot de inrichting hebben en aan hen alle medewerking zal worden verleend en alle inlichtingen zullen worden verstrekt, die zij ter uitoefening van deze taken nodig achten.
2. Een erkenning als bedoeld in het eerste lid wordt door de minister voor bepaalde tijd ingetrokken in de gevallen, bedoeld in bijlage II, hoofdstuk IV, punt I, van richtlijn nr. 2009/158/EG.
3. Een erkenning als bedoeld in het eerste lid wordt door de minister ingetrokken in de gevallen, bedoeld in bijlage II, hoofdstuk IV, punt 2, van richtlijn nr. 2009/158/EG.
4. Een erkenning kan, nadat zij door de minister is ingetrokken, opnieuw worden verleend, onder de voorwaarden, bedoeld in bijlage II, hoofdstuk IV, punt 3, van richtlijn nr. 2009/158/EG.
5. De minister kan tot het intrekken van de erkenning voor bepaalde tijd dan wel tot intrekking van de erkenning overgaan in het geval, bedoeld in bijlage II, hoofdstuk III, punt D, van richtlijn nr. 2009/158/EG.
a. een volledig ingevulde, ondertekende en gedagtekende aanvraag voor een erkenning bij de NVWA is ingediend, en
b. uit een door de keuringsdierenarts ingesteld onderzoek is gebleken dat: 1) de inrichting voldoet aan bijlage II, onderdeel 1, onder a en e, van richtlijn nr. 2009/158/EG;
2) de ondernemer die de inrichting drijft voldoet aan de paragrafen 4 en 5 van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s;
3) de ondernemer die de inrichting drijft een administratie voert waaruit de gegevens kunnen worden afgeleid die nodig zijn om de bevoegde dierenarts en de keuringsdierenarts in staat te stellen de gezondheidssituatie in de inrichting permanent te volgen;
4) gewaarborgd is, dat de keuringsdierenarts en de bevoegde dierenarts in verband met de door hen in het kader van richtlijn nr. 2009/158/EG uit te oefenen taken, toegang tot de inrichting hebben en aan hen alle medewerking zal worden verleend en alle inlichtingen zullen worden verstrekt, die zij ter uitoefening van deze taken nodig achten.
1) de inrichting voldoet aan bijlage II, onderdeel 1, onder a en e, van richtlijn nr. 2009/158/EG;
2) de ondernemer die de inrichting drijft voldoet aan de paragrafen 4 en 5 van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s;
3) de ondernemer die de inrichting drijft een administratie voert waaruit de gegevens kunnen worden afgeleid die nodig zijn om de bevoegde dierenarts en de keuringsdierenarts in staat te stellen de gezondheidssituatie in de inrichting permanent te volgen;
4) gewaarborgd is, dat de keuringsdierenarts en de bevoegde dierenarts in verband met de door hen in het kader van richtlijn nr. 2009/158/EG uit te oefenen taken, toegang tot de inrichting hebben en aan hen alle medewerking zal worden verleend en alle inlichtingen zullen worden verstrekt, die zij ter uitoefening van deze taken nodig achten.
2. Een erkenning als bedoeld in het eerste lid wordt door de minister voor bepaalde tijd ingetrokken in de gevallen, bedoeld in bijlage II, hoofdstuk IV, punt I, van richtlijn nr. 2009/158/EG.
3. Een erkenning als bedoeld in het eerste lid wordt door de minister ingetrokken in de gevallen, bedoeld in bijlage II, hoofdstuk IV, punt 2, van richtlijn nr. 2009/158/EG.
4. Een erkenning kan, nadat zij door de minister is ingetrokken, opnieuw worden verleend, onder de voorwaarden, bedoeld in bijlage II, hoofdstuk IV, punt 3, van richtlijn nr. 2009/158/EG.
5. De minister kan tot het intrekken van de erkenning voor bepaalde tijd dan wel tot intrekking van de erkenning overgaan in het geval, bedoeld in bijlage II, hoofdstuk III, punt D, van richtlijn nr. 2009/158/EG.