BWBR0007049
Geldig vanaf 2018-10-06
Artikel 8.5
Regeling handel levende dieren en levende producten
1. De partij dieren, niet zijnde dieren als bedoeld in bijlage I bij richtlijn 2004/68/EG, is verzonden vanuit een derde land of deel van een derde land dat voor de betrokken diersoort is vermeld op de lijst, bedoeld in artikel 17, tweede lid, onderdeel a, van richtlijn 92/65/EEG, dan wel indien die lijst voor de betrokken diersoort nog niet is vastgesteld, het brengen in Nederland van die dieren:
a. voor zover zij zijn bestemd voor Nederland, is toegestaan vanuit een derde land of een deel van een derde landop grond van de onderhavige regeling;
b. voor zover zij zijn bestemd voor een lidstaat, is toegestaan vanuit een derde land of een deel van een derde land waaruit de lidstaat de invoer toestaat.
2. De partij dieren, niet zijnde dieren als bedoeld in bijlage I bij richtlijn 2004/68/EG, gaat vergezeld van het gezondheidscertificaat, bedoeld in artikel 17, tweede lid, onderdeel b, van richtlijn 92/65/EEG, dan wel indien dat gezondheidscertificaat voor de betrokken diersoort nog niet is vastgesteld, gaan de dieren vergezeld van:
a. voor zover zij zijn bestemd voor Nederland, een certificaat dat een verklaring bevat van de officiële dierenarts dat is voldaan aan hoofdstuk II van richtlijn 92/65/EEG, alsmede, indien het apen, hoefdieren, honden, katten en lagomorfen betreft, aan de voorschriften voor het brengen in Nederland van de betrokken dieren uit derde landen op grond van hoofdstuk 2 van de onderhavige regeling;
b. voor zover zij zijn bestemd voor een lidstaat, een certificaat dat een verklaring bevat van de officiële dierenarts dat is voldaan aan de voorschriften van de lidstaat van bestemming.
3. Indien de partij dieren, niet zijnde dieren als bedoeld in bijlage I bij richtlijn 2004/68/EG, is bestemd voor Finland of Zweden, blijkt uit de in het tweede lid bedoelde certificaten dat de partij ten minste voldoet aan de voorschriften die gelden met betrekking tot de invoer van de betrokken dieren in Finland of Zweden uit lidstaten.
4. Aan de partij landbouwhuisdieren, bedoeld in artikel 1 van richtlijn 96/22/EG, zijn geen stoffen toegediend, die ingevolge artikel 3, onderdeel a, van die richtlijn niet aan landbouwhuisdieren mogen worden toegediend, tenzij aan de voorwaarden ingevolge artikel 11 van genoemde richtlijn is voldaan.
5. Dit artikel is niet van toepassing op het brengen in Nederland van bijen, hommels of vogels uit derde landen.
6. Ten aanzien van honden, katten of fretten wordt, onverminderd het eerste en tweede lid, voldaan aan artikel 16, tweede en derde alinea, van richtlijn 92/65/EEG.
a. voor zover zij zijn bestemd voor Nederland, is toegestaan vanuit een derde land of een deel van een derde landop grond van de onderhavige regeling;
b. voor zover zij zijn bestemd voor een lidstaat, is toegestaan vanuit een derde land of een deel van een derde land waaruit de lidstaat de invoer toestaat.
2. De partij dieren, niet zijnde dieren als bedoeld in bijlage I bij richtlijn 2004/68/EG, gaat vergezeld van het gezondheidscertificaat, bedoeld in artikel 17, tweede lid, onderdeel b, van richtlijn 92/65/EEG, dan wel indien dat gezondheidscertificaat voor de betrokken diersoort nog niet is vastgesteld, gaan de dieren vergezeld van:
a. voor zover zij zijn bestemd voor Nederland, een certificaat dat een verklaring bevat van de officiële dierenarts dat is voldaan aan hoofdstuk II van richtlijn 92/65/EEG, alsmede, indien het apen, hoefdieren, honden, katten en lagomorfen betreft, aan de voorschriften voor het brengen in Nederland van de betrokken dieren uit derde landen op grond van hoofdstuk 2 van de onderhavige regeling;
b. voor zover zij zijn bestemd voor een lidstaat, een certificaat dat een verklaring bevat van de officiële dierenarts dat is voldaan aan de voorschriften van de lidstaat van bestemming.
3. Indien de partij dieren, niet zijnde dieren als bedoeld in bijlage I bij richtlijn 2004/68/EG, is bestemd voor Finland of Zweden, blijkt uit de in het tweede lid bedoelde certificaten dat de partij ten minste voldoet aan de voorschriften die gelden met betrekking tot de invoer van de betrokken dieren in Finland of Zweden uit lidstaten.
4. Aan de partij landbouwhuisdieren, bedoeld in artikel 1 van richtlijn 96/22/EG, zijn geen stoffen toegediend, die ingevolge artikel 3, onderdeel a, van die richtlijn niet aan landbouwhuisdieren mogen worden toegediend, tenzij aan de voorwaarden ingevolge artikel 11 van genoemde richtlijn is voldaan.
5. Dit artikel is niet van toepassing op het brengen in Nederland van bijen, hommels of vogels uit derde landen.
6. Ten aanzien van honden, katten of fretten wordt, onverminderd het eerste en tweede lid, voldaan aan artikel 16, tweede en derde alinea, van richtlijn 92/65/EEG.