BWBR0007049
Geldig vanaf 2018-10-06
Artikel 5.7
Regeling handel levende dieren en levende producten
1. Indien een partij die is verzonden vanuit een lid-staat en bestemd is voor Nederland of een lid-staat, gaat zij vergezeld van:
a. het identificatiedocument, vergezeld van de verklaring met betrekking tot de gezondheid, bedoeld in bijlage II van richtlijn nr. 2009/156/EG, indien het geregistreerde paarden betreft;
b. het identificatiedocument vergezeld van het gezondheidscertificaat, bedoeld in bijlage III van richtlijn nr. 2009/156/EG, indien het fok en gebruikspaarden betreft;
c. het gezondheidscertificaat, bedoeld in bijlage III van richtlijn nr. 2009/156/EG, indien het slachtpaarden betreft.
2. Indien aan de partij diergeneesmiddelen zijn toegediend die allyltrenbolon of ß-agonisten bevatten en de partij binnen de wachttermijn wordt verhandeld, zijn op de documenten bedoeld in het eerste lid, aard en datum van de behandeling vermeld.
a. het identificatiedocument, vergezeld van de verklaring met betrekking tot de gezondheid, bedoeld in bijlage II van richtlijn nr. 2009/156/EG, indien het geregistreerde paarden betreft;
b. het identificatiedocument vergezeld van het gezondheidscertificaat, bedoeld in bijlage III van richtlijn nr. 2009/156/EG, indien het fok en gebruikspaarden betreft;
c. het gezondheidscertificaat, bedoeld in bijlage III van richtlijn nr. 2009/156/EG, indien het slachtpaarden betreft.
2. Indien aan de partij diergeneesmiddelen zijn toegediend die allyltrenbolon of ß-agonisten bevatten en de partij binnen de wachttermijn wordt verhandeld, zijn op de documenten bedoeld in het eerste lid, aard en datum van de behandeling vermeld.