BWBR0007049
Geldig vanaf 2018-10-06
Artikel 2.58
Regeling handel levende dieren en levende producten
Het verbod, bedoeld in artikel 2.1, tweede lid, eerste en tweede gedachtenstreepje, voor zover dit betrekking heeft op het brengen in Nederland van producten uit staten, niet zijnde lid-staten, die partij zijn bij het EER-Verdrag, geldt niet, mits voldaan wordt aan artikel 2.59, verordening (EU) 2017/625 en de daarop gebaseerde gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen van de Europese Commissie en:
a. voor zover de producten bestemd zijn voor Nederland of een lid-staat, aan: afdeling 3 van hoofdstuk 6, indien het broedeieren betreft;
afdeling 3 van hoofdstuk 9, indien het rundersperma of varkenssperma betreft;
afdeling 4 van hoofdstuk 9, indien het sperma van schapen, geiten of paardachtigen betreft;
afdeling 3 van hoofdstuk 10, indien het runderembryo's betreft;
afdeling 4 van hoofdstuk 10, indien het embryo's van varkens, schapen, geiten of paardachtigen betreft;
afdeling 4 van hoofdstuk 11, indien het eicellen betreft;
afdeling 3 van hoofdstuk 6, indien het broedeieren betreft;
afdeling 3 van hoofdstuk 9, indien het rundersperma of varkenssperma betreft;
afdeling 4 van hoofdstuk 9, indien het sperma van schapen, geiten of paardachtigen betreft;
afdeling 3 van hoofdstuk 10, indien het runderembryo's betreft;
afdeling 4 van hoofdstuk 10, indien het embryo's van varkens, schapen, geiten of paardachtigen betreft;
afdeling 4 van hoofdstuk 11, indien het eicellen betreft;
b. voor zover de producten bestemd zijn voor een derde land of een staat, niet zijnde een lid-staat, die partij is bij het EER-Verdrag, de betrokken partij vergezeld gaat van een bij die partij behorend origineel document, dat is gesteld in de Nederlandse, Duitse, Franse of Engelse taal, waaruit tenminste de oorsprong van de partij alsmede de bestemming daarvan kan worden afgeleid.
a. voor zover de producten bestemd zijn voor Nederland of een lid-staat, aan: afdeling 3 van hoofdstuk 6, indien het broedeieren betreft;
afdeling 3 van hoofdstuk 9, indien het rundersperma of varkenssperma betreft;
afdeling 4 van hoofdstuk 9, indien het sperma van schapen, geiten of paardachtigen betreft;
afdeling 3 van hoofdstuk 10, indien het runderembryo's betreft;
afdeling 4 van hoofdstuk 10, indien het embryo's van varkens, schapen, geiten of paardachtigen betreft;
afdeling 4 van hoofdstuk 11, indien het eicellen betreft;
afdeling 3 van hoofdstuk 6, indien het broedeieren betreft;
afdeling 3 van hoofdstuk 9, indien het rundersperma of varkenssperma betreft;
afdeling 4 van hoofdstuk 9, indien het sperma van schapen, geiten of paardachtigen betreft;
afdeling 3 van hoofdstuk 10, indien het runderembryo's betreft;
afdeling 4 van hoofdstuk 10, indien het embryo's van varkens, schapen, geiten of paardachtigen betreft;
afdeling 4 van hoofdstuk 11, indien het eicellen betreft;
b. voor zover de producten bestemd zijn voor een derde land of een staat, niet zijnde een lid-staat, die partij is bij het EER-Verdrag, de betrokken partij vergezeld gaat van een bij die partij behorend origineel document, dat is gesteld in de Nederlandse, Duitse, Franse of Engelse taal, waaruit tenminste de oorsprong van de partij alsmede de bestemming daarvan kan worden afgeleid.