BWBR0007049
Geldig vanaf 2018-10-06
Artikel 2.5
Regeling handel levende dieren en levende producten
Het bewijsstuk, bedoeld in artikel 2.4, eerste lid, onderdeel a, wordt slechts afgegeven indien op grond van een van Rijkswege ingesteld onderzoek overeenkomstig verordening (EU) 2017/625 en de daarop gebaseerde gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen van de Europese Commissie, is gebleken dat voldaan wordt aan, voor zover van toepassing, artikel 2.11, en aan:
a. de artikelen 3.3 en 3.4 van afdeling 2 van hoofdstuk 3 , indien het runderen betreft;
b. de artikelen 4.3 en 4.4 van afdeling 2 van hoofdstuk 4, indien het varkens betreft;
c. de artikelen 5.3 en 5.4 van afdeling 2 van hoofdstuk 5, indien het paardachtigen betreft;
d. voor zover van toepassing de artikelen 6.3, 6.4 of 6.5 van afdeling 2 van hoofdstuk 6, indien het pluimvee of broedeieren betreft;
e. de artikelen 7.3, 7.3a en 7.4 van afdeling 2 van hoofdstuk 7, indien het schapen of geiten betreft;
f. artikel 8.3 van afdeling 2 van hoofdstuk 8, indien het apen, hoefdieren, bijen, honden, katten, fretten en lagomorfen met gezondheidscertificaat betreft;
g. de artikelen 9.3 en 9.4 van afdeling 2 van hoofdstuk 9, indien het sperma betreft;
h. de artikelen 10.3 of 10.4 van afdeling 2 van hoofdstuk 10, indien het embryo's betreft;
i. artikel 11.3 van afdeling 2 van hoofdstuk 11, indien het eicellen betreft.
a. de artikelen 3.3 en 3.4 van afdeling 2 van hoofdstuk 3 , indien het runderen betreft;
b. de artikelen 4.3 en 4.4 van afdeling 2 van hoofdstuk 4, indien het varkens betreft;
c. de artikelen 5.3 en 5.4 van afdeling 2 van hoofdstuk 5, indien het paardachtigen betreft;
d. voor zover van toepassing de artikelen 6.3, 6.4 of 6.5 van afdeling 2 van hoofdstuk 6, indien het pluimvee of broedeieren betreft;
e. de artikelen 7.3, 7.3a en 7.4 van afdeling 2 van hoofdstuk 7, indien het schapen of geiten betreft;
f. artikel 8.3 van afdeling 2 van hoofdstuk 8, indien het apen, hoefdieren, bijen, honden, katten, fretten en lagomorfen met gezondheidscertificaat betreft;
g. de artikelen 9.3 en 9.4 van afdeling 2 van hoofdstuk 9, indien het sperma betreft;
h. de artikelen 10.3 of 10.4 van afdeling 2 van hoofdstuk 10, indien het embryo's betreft;
i. artikel 11.3 van afdeling 2 van hoofdstuk 11, indien het eicellen betreft.