BWBR0007049
Geldig vanaf 2018-10-06
Artikel 9.12
Regeling handel levende dieren en levende producten
1. Een quarantainevoorziening voor donorrammen en donorbokken als bedoeld in bijlage D, hoofdstuk II, onderdeel II, subonderdeel 1 van richtlijn 92/65/2010, wordt door de minister voor de toepassing van deze regeling erkend indien uit een door de keuringsdierenarts ingesteld onderzoek is gebleken dat de voorziening voldoet aan artikel 9.13.
2. Aan een erkende quarantainevoorziening wordt in verband met de erkenning een registratienummer toegekend.
3. Bij de aanvraag om erkenning van een quarantainevoorziening worden de volgende gegevens verstrekt:
a. de naam, het adres en de vestigingsplaats van de quarantainevoorziening;
b. het aan de quarantainevoorziening krachtens het Besluit identificatie en registratie van dieren uitgegeven uniek bedrijfsnummer;
c. een plattegrond van kadastrale eenheden waarop de quarantainevoorziening is gesitueerd, waarbij is aangegeven: – afscheiding ten opzichte van de directe omgeving;
– afstand en aard van de omliggende bedrijven, en
– afscheiding ten opzichte van de directe omgeving;
– afstand en aard van de omliggende bedrijven, en
d. de naam van de aan de quarantaineruimte verbonden dierenarts.
4. De minister trekt de verleende erkenning in, indien de keuringsdierenarts heeft geconstateerd dat de van toepassing zijnde voorschriften van artikel 9.13niet worden nageleefd, doch niet dan nadat gedurende een redelijke termijn gelegenheid is gegeven, de voor het behoud van de erkenning noodzakelijke voorzieningen te treffen.
2. Aan een erkende quarantainevoorziening wordt in verband met de erkenning een registratienummer toegekend.
3. Bij de aanvraag om erkenning van een quarantainevoorziening worden de volgende gegevens verstrekt:
a. de naam, het adres en de vestigingsplaats van de quarantainevoorziening;
b. het aan de quarantainevoorziening krachtens het Besluit identificatie en registratie van dieren uitgegeven uniek bedrijfsnummer;
c. een plattegrond van kadastrale eenheden waarop de quarantainevoorziening is gesitueerd, waarbij is aangegeven: – afscheiding ten opzichte van de directe omgeving;
– afstand en aard van de omliggende bedrijven, en
– afscheiding ten opzichte van de directe omgeving;
– afstand en aard van de omliggende bedrijven, en
d. de naam van de aan de quarantaineruimte verbonden dierenarts.
4. De minister trekt de verleende erkenning in, indien de keuringsdierenarts heeft geconstateerd dat de van toepassing zijnde voorschriften van artikel 9.13niet worden nageleefd, doch niet dan nadat gedurende een redelijke termijn gelegenheid is gegeven, de voor het behoud van de erkenning noodzakelijke voorzieningen te treffen.