BWBR0007049
Geldig vanaf 2018-10-06
Artikel 8.5k
Regeling handel levende dieren en levende producten
1. De partij bijen of hommels bevat per koninginnekast één koningin met maximaal twintig voedsters.
2. De partij bijen of hommels is verzonden vanuit een derde land of een deel van een derde land, dat is vermeld op de lijst, artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van verordening (EU) nr. 206/2010.
3. Ingeval de partij bijen of hommels afkomstig is uit een derde land is invoer alleen toegestaan indien op het volledige gebied van dat derde land een aangifteplicht bestaat voor Amerikaans vuilbroed, de kleine bijenkastkever en Tropilaelapsmijt.
4. Ingeval de partij bijen of hommels afkomstig is uit een in artikel 7, tweede lid, van verordening (EU) nr. 206/2010 bedoeld derde land of gebied, is in afwijking van het derde lid alleen de invoer van partijen uit dat deel van het derde land toegestaan.
5. De partij bijen of hommels gaat vergezeld van het gezondheidscertificaat, bedoeld in artikel 7, vierde lid, onderdeel a, van verordening (EU) nr. 206/2010, en voldoet aan de in het gezondheidscertificaat genoemde garanties.
6. Na het vervoer naar de op het gezondheidscertificaat, bedoeld in het derde lid, aangegeven bestemming worden de kasten onder officieel toezicht van de NVWA geplaatst en worden de koninginnen overgebracht naar nieuwe kasten voordat ze in contact met plaatselijke volken worden gebracht.
7. De kasten, de voedsters en het andere materiaal, die uit het derde land van oorsprong met de koninginnen zijn meegestuurd, worden voor onderzoek op de aanwezigheid van de kleine bijenkastkever en de Tropilaelapsmijt naar een laboratorium gestuurd.
8. Na afronding van het onderzoek, bedoeld in het vijfde lid, worden de kasten, de voedsters en het andere materiaal vernietigd.
9. Indien uit het onderzoek, bedoeld in het vijfde lid, een negatief resultaat blijkt, wordt het officiële toezicht, bedoeld in het vierde lid, beëindigd.
2. De partij bijen of hommels is verzonden vanuit een derde land of een deel van een derde land, dat is vermeld op de lijst, artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van verordening (EU) nr. 206/2010.
3. Ingeval de partij bijen of hommels afkomstig is uit een derde land is invoer alleen toegestaan indien op het volledige gebied van dat derde land een aangifteplicht bestaat voor Amerikaans vuilbroed, de kleine bijenkastkever en Tropilaelapsmijt.
4. Ingeval de partij bijen of hommels afkomstig is uit een in artikel 7, tweede lid, van verordening (EU) nr. 206/2010 bedoeld derde land of gebied, is in afwijking van het derde lid alleen de invoer van partijen uit dat deel van het derde land toegestaan.
5. De partij bijen of hommels gaat vergezeld van het gezondheidscertificaat, bedoeld in artikel 7, vierde lid, onderdeel a, van verordening (EU) nr. 206/2010, en voldoet aan de in het gezondheidscertificaat genoemde garanties.
6. Na het vervoer naar de op het gezondheidscertificaat, bedoeld in het derde lid, aangegeven bestemming worden de kasten onder officieel toezicht van de NVWA geplaatst en worden de koninginnen overgebracht naar nieuwe kasten voordat ze in contact met plaatselijke volken worden gebracht.
7. De kasten, de voedsters en het andere materiaal, die uit het derde land van oorsprong met de koninginnen zijn meegestuurd, worden voor onderzoek op de aanwezigheid van de kleine bijenkastkever en de Tropilaelapsmijt naar een laboratorium gestuurd.
8. Na afronding van het onderzoek, bedoeld in het vijfde lid, worden de kasten, de voedsters en het andere materiaal vernietigd.
9. Indien uit het onderzoek, bedoeld in het vijfde lid, een negatief resultaat blijkt, wordt het officiële toezicht, bedoeld in het vierde lid, beëindigd.