BWBR0007049
Geldig vanaf 2018-10-06
Artikel 10.9
Regeling handel levende dieren en levende producten
1. Een runderembryoteam of een runderembryoproduktieteam wordt door de minister voor de toepassing van deze regeling erkend indien:
a. uit een door de keuringsdierenarts ingesteld onderzoek is gebleken dat het runderembryoteam of het runderembryoproduktieteam voldoet aan het voor een dergelijk team bepaalde in bijlage A, hoofdstuk I, van richtlijn 89/556/EEG, en aan de overige relevante bepalingen van richtlijn 89/556/EEG;
b. de keuringsdierenarts in verband met het door hem uit te oefenen toezicht op de naleving van onderdeel a, praktisch in de gelegenheid wordt gesteld de werkzaamheden van de teams te controleren;
2. De teamdierenarts draagt er zorg voor dat elke belangrijke wijziging in de organisatie van de teams of in de laboratoria en de apparatuur waarover zij beschikken, ter kennis van de keuringsdierenarts wordt gebracht.
3. Een erkenning als bedoeld in het eerste lid, wordt door de minister ingetrokken indien:
a. de teamdierenarts wordt vervangen;
b. zich in de organisatie van het embryoteam of embryoproduktieteam of in de laboratoria en de apparatuur waarover het beschikt, belangrijke wijzigingen voordoen, of
c. blijkt dat niet meer wordt voldaan aan het eerste lid.
4. Aan een erkend runderembryoteam of runderembryoproduktieteam wordt in verband met de erkenning een registratienummer toegekend.
a. uit een door de keuringsdierenarts ingesteld onderzoek is gebleken dat het runderembryoteam of het runderembryoproduktieteam voldoet aan het voor een dergelijk team bepaalde in bijlage A, hoofdstuk I, van richtlijn 89/556/EEG, en aan de overige relevante bepalingen van richtlijn 89/556/EEG;
b. de keuringsdierenarts in verband met het door hem uit te oefenen toezicht op de naleving van onderdeel a, praktisch in de gelegenheid wordt gesteld de werkzaamheden van de teams te controleren;
2. De teamdierenarts draagt er zorg voor dat elke belangrijke wijziging in de organisatie van de teams of in de laboratoria en de apparatuur waarover zij beschikken, ter kennis van de keuringsdierenarts wordt gebracht.
3. Een erkenning als bedoeld in het eerste lid, wordt door de minister ingetrokken indien:
a. de teamdierenarts wordt vervangen;
b. zich in de organisatie van het embryoteam of embryoproduktieteam of in de laboratoria en de apparatuur waarover het beschikt, belangrijke wijzigingen voordoen, of
c. blijkt dat niet meer wordt voldaan aan het eerste lid.
4. Aan een erkend runderembryoteam of runderembryoproduktieteam wordt in verband met de erkenning een registratienummer toegekend.