BWBR0007049
Geldig vanaf 2018-10-06
Artikel 2.18
Regeling handel levende dieren en levende producten
De bewijsstukken, bedoeld in artikel 2.16, eerste lid, onderdeel b, worden slechts afgegeven, indien op grond van een van Rijkswege ingesteld onderzoek is gebleken dat voldaan wordt aan de artikelen 2.20en 2.21en aan:
de artikelen 3.3 en 3.4 van afdeling 2 van hoofdstuk 3, indien het runderen betreft;
de artikelen 4.3 en 4.4 van afdeling 2 van hoofdstuk 4, indien het varkens betreft;
de artikelen 5.3 en 5.4 van afdeling 2 van hoofdstuk 5, indien het paardachtigen betreft;
voor zover van toepassing, de artikelen 6.3, 6.4 of 6.5 van afdeling 2 van hoofdstuk 6, indien het pluimvee en broedeieren betreft;
de artikelen 7.3 en 7.4 van afdeling 2 alsmede artikel 7.6 van afdeling 3 van hoofdstuk 7, indien het schapen of geiten betreft;
artikel 8.3 van afdeling 2 van hoofdstuk 8, indien het apen, hoefdieren, bijen, honden, katten en lagomorfen met gezondheidscertificaat betreft;
de artikelen 9.3 en 9.4 van afdeling 2 van hoofdstuk 9, indien het sperma betreft;
de artikelen 10.3 of 10.4 van afdeling 2 hoofdstuk 10, indien het embryo's betreft;
artikel 11.3 van afdeling 2 van hoofdstuk 11, indien het eicellen betreft, met dien verstande dat;
indien het dieren betreft, tenminste wordt voldaan aan hetgeen in vorenbedoelde artikelen voor slachtdieren is bepaald, en
het veterinaire document of certificaat, dat aan de veterinaire voorschriften van het derde land van bestemming voldoet, slechts wordt afgegeven indien aan de voorschriften van het derde land van bestemming wordt voldaan.
de artikelen 3.3 en 3.4 van afdeling 2 van hoofdstuk 3, indien het runderen betreft;
de artikelen 4.3 en 4.4 van afdeling 2 van hoofdstuk 4, indien het varkens betreft;
de artikelen 5.3 en 5.4 van afdeling 2 van hoofdstuk 5, indien het paardachtigen betreft;
voor zover van toepassing, de artikelen 6.3, 6.4 of 6.5 van afdeling 2 van hoofdstuk 6, indien het pluimvee en broedeieren betreft;
de artikelen 7.3 en 7.4 van afdeling 2 alsmede artikel 7.6 van afdeling 3 van hoofdstuk 7, indien het schapen of geiten betreft;
artikel 8.3 van afdeling 2 van hoofdstuk 8, indien het apen, hoefdieren, bijen, honden, katten en lagomorfen met gezondheidscertificaat betreft;
de artikelen 9.3 en 9.4 van afdeling 2 van hoofdstuk 9, indien het sperma betreft;
de artikelen 10.3 of 10.4 van afdeling 2 hoofdstuk 10, indien het embryo's betreft;
artikel 11.3 van afdeling 2 van hoofdstuk 11, indien het eicellen betreft, met dien verstande dat;
indien het dieren betreft, tenminste wordt voldaan aan hetgeen in vorenbedoelde artikelen voor slachtdieren is bepaald, en
het veterinaire document of certificaat, dat aan de veterinaire voorschriften van het derde land van bestemming voldoet, slechts wordt afgegeven indien aan de voorschriften van het derde land van bestemming wordt voldaan.