BWBR0007049
Geldig vanaf 2018-10-06
Artikel 9.10a
Regeling handel levende dieren en levende producten
1. Een runderspermaopslagcentrum wordt door de minister erkend, indien uit een door de keuringsdierenarts ingesteld onderzoek is gebleken, dat het runderspermaopslagcentrum voldoet aan Bijlage A, Hoofdstuk I, punt 2, en Hoofdstuk II, punt 2, de overige relevante bepalingen van richtlijn 88/407/EEGen artikel 9.10b.
2. Een spermaopslagcentrum voor geiten, schapen of paardachtigen wordt door de minister erkend, indien uit een door de keuringsdierenarts ingesteld onderzoek is gebleken, dat het spermaopslagcentrum voldoet aan Bijlage D, Hoofdstuk 1, onderdeel I, subonderdeel 2 en Hoofdstuk 1, onderdeel II, subonderdeel 2, de overige relevante bepalingen van richtlijn 92/65/EEG en artikel 9.10 b.
3. Een aanvraag tot erkenning wordt ingediend bij de minister.
4. Bij een aanvraag om erkenning van een spermaopslagcentrum worden de volgende gegevens verstrekt:
a. de naam, het adres en de vestigingsplaats van het spermaopslagcentrum;
b. een plattegrond van het spermaopslagcentrum, waarbij de functies van de verschillende ruimten binnen het centrum zijn aangegeven;
c. de naam van de dierenarts van het spermaopslagcentrum.
5. Aan een erkend spermaopslagcentrum wordt door de minister in verband met de erkenning een registratienummer toegekend.
6. Als in een spermaopslagcentrum voor geiten, schapen of paardachtigen niet uitsluitend sperma van één diersoort, dat is gewonnen in overeenkomstig artikel 9.10, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 3, erkende spermacentra, wordt opgeslagen, of als er overeenkomstig richtlijn 92/65/EEG embryo’s worden opgeslagen, wordt aan het spermaopslagcentrum voor elke diersoort waarvan sperma in het centrum wordt opgeslagen een apart nummer toegekend.
2. Een spermaopslagcentrum voor geiten, schapen of paardachtigen wordt door de minister erkend, indien uit een door de keuringsdierenarts ingesteld onderzoek is gebleken, dat het spermaopslagcentrum voldoet aan Bijlage D, Hoofdstuk 1, onderdeel I, subonderdeel 2 en Hoofdstuk 1, onderdeel II, subonderdeel 2, de overige relevante bepalingen van richtlijn 92/65/EEG en artikel 9.10 b.
3. Een aanvraag tot erkenning wordt ingediend bij de minister.
4. Bij een aanvraag om erkenning van een spermaopslagcentrum worden de volgende gegevens verstrekt:
a. de naam, het adres en de vestigingsplaats van het spermaopslagcentrum;
b. een plattegrond van het spermaopslagcentrum, waarbij de functies van de verschillende ruimten binnen het centrum zijn aangegeven;
c. de naam van de dierenarts van het spermaopslagcentrum.
5. Aan een erkend spermaopslagcentrum wordt door de minister in verband met de erkenning een registratienummer toegekend.
6. Als in een spermaopslagcentrum voor geiten, schapen of paardachtigen niet uitsluitend sperma van één diersoort, dat is gewonnen in overeenkomstig artikel 9.10, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 3, erkende spermacentra, wordt opgeslagen, of als er overeenkomstig richtlijn 92/65/EEG embryo’s worden opgeslagen, wordt aan het spermaopslagcentrum voor elke diersoort waarvan sperma in het centrum wordt opgeslagen een apart nummer toegekend.