BWBR0007049
Geldig vanaf 2018-10-06
Artikel 2.2
Regeling handel levende dieren en levende producten
1. Van het verbod, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0005662/artikel/77" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 77, eerste lid, van de wet</a>, wordt vrijstelling verleend voor de rechtstreekse uitvoer naar derde landen van vee, niet zijnde runderen, varkens, schapen, geiten en paardachtigen en voor de uitvoer naar een staat, niet zijnde een lid-staat, die partij is bij het EER-verdrag, van vee, niet zijnde runderen, varkens, schapen, geiten, en paardachtigen.
2. Onverminderd het eerste lid wordt van de verboden, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0005662/artikel/77" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 77, eerste lid, van de wet</a>en in artikel 2.1, eerste lid, eerste tot en met derde gedachtenstreepje, en tweede lid, eerste tot en met derde gedachtenstreepje, vrijstelling verleend:
voor wat het anders dan in doorvoer buiten Nederland brengen van dieren of producten betreft, die niet voldoen aan de van toepassing zijnde communautaire voorschriften en die zijn bestemd om via het grondgebied van een lid-staat naar een derde land te worden gebracht, en
voor wat het brengen in Nederland van dieren of producten betreft, die niet voldoen aan de van toepassing zijnde communautaire voorschriften en die zijn bestemd om via het grondgebied van een lid-staat naar een derde land te worden gebracht, op voorwaarde dat de minister en de bevoegde autoriteit van de lid-staat van doorvoer vooraf toestemming hebben gegeven voor het vervoer van de dieren of producten over Nederlands grondgebied, respectievelijk het grondgebied van de lid-staat van doorvoer.
3. Onverminderd het tweede lid wordt van de verboden, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, derde gedachtenstreepjeen artikel 2.1, tweede lid, tweede gedachtenstreepje, vrijstelling verleend, op voorwaarde dat:
a. in het geval, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, derde gedachtenstreepje, voldaan is aan afdeling 6 van hoofdstuk 8, afdeling 5 van hoofdstuk 9, afdeling 5 van hoofdstuk 10, respectievelijk afdeling 5 van hoofdstuk 11;
b. in het geval, bedoeld in artikel 2.1, tweede lid, tweede gedachtenstreepje, voldaan is aan afdeling 7 van hoofdstuk 8, afdeling 6 van hoofdstuk 9, afdeling 6 van hoofdstuk 10, respectievelijk afdeling 6 van hoofdstuk 11, één en ander indien de vogels, nertsen en vossen, lagomorfen zonder gezondheidscertificaat alsmede de dieren en producten, bedoeld in artikel 13, eerste lid, van richtlijn 92/65/EEG zijn verzonden vanuit een lid-staat dan wel vanuit een derde land en via het grondgebied van een lid-staat in Nederland worden gebracht.
4. Onverminderd het tweede en derde lid wordt van het verbod, bedoeld in artikel 2.1, tweede lid, eerste gedachtenstreepje, vrijstelling verleend terzake van de doorvoer door Baarle-Nassau van:
a. vee, dat door veehouders, gevestigd in de in Nederland gelegen enclaves van de Belgische gemeente Baarle-Hertog, is aangekocht van dan wel verkocht aan in België gevestigde personen en dat ter levering van België naar vorenbedoelde enclaves, onderscheidenlijk van deze enclaves naar België wordt vervoerd;
b. vee, dat van de in onderdeel a bedoelde enclaves naar België wordt vervoerd ter beweiding of beakkering van landerijen aldaar of dat na deze beweiding of beakkering van België naar vorenbedoelde enclaves wordt teruggevoerd, daaronder begrepen de dieren, welke gedurende het laatste jaar in België uit dit vee zijn geboren.
5. Onverminderd de voorgaande leden wordt van de verboden, bedoeld in artikel 2.1, eerste en tweede lid, en in <a href="/wet/BWBR0005662/artikel/77" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 77, eerste lid van de wet</a>, vrijstelling verleend voor het anders dan in doorvoer buiten Nederland brengen en het in Nederland brengen van pluimvee, dat bestemd is voor tentoonstellingen, concoursen of wedstrijden.
2. Onverminderd het eerste lid wordt van de verboden, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0005662/artikel/77" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 77, eerste lid, van de wet</a>en in artikel 2.1, eerste lid, eerste tot en met derde gedachtenstreepje, en tweede lid, eerste tot en met derde gedachtenstreepje, vrijstelling verleend:
voor wat het anders dan in doorvoer buiten Nederland brengen van dieren of producten betreft, die niet voldoen aan de van toepassing zijnde communautaire voorschriften en die zijn bestemd om via het grondgebied van een lid-staat naar een derde land te worden gebracht, en
voor wat het brengen in Nederland van dieren of producten betreft, die niet voldoen aan de van toepassing zijnde communautaire voorschriften en die zijn bestemd om via het grondgebied van een lid-staat naar een derde land te worden gebracht, op voorwaarde dat de minister en de bevoegde autoriteit van de lid-staat van doorvoer vooraf toestemming hebben gegeven voor het vervoer van de dieren of producten over Nederlands grondgebied, respectievelijk het grondgebied van de lid-staat van doorvoer.
3. Onverminderd het tweede lid wordt van de verboden, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, derde gedachtenstreepjeen artikel 2.1, tweede lid, tweede gedachtenstreepje, vrijstelling verleend, op voorwaarde dat:
a. in het geval, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, derde gedachtenstreepje, voldaan is aan afdeling 6 van hoofdstuk 8, afdeling 5 van hoofdstuk 9, afdeling 5 van hoofdstuk 10, respectievelijk afdeling 5 van hoofdstuk 11;
b. in het geval, bedoeld in artikel 2.1, tweede lid, tweede gedachtenstreepje, voldaan is aan afdeling 7 van hoofdstuk 8, afdeling 6 van hoofdstuk 9, afdeling 6 van hoofdstuk 10, respectievelijk afdeling 6 van hoofdstuk 11, één en ander indien de vogels, nertsen en vossen, lagomorfen zonder gezondheidscertificaat alsmede de dieren en producten, bedoeld in artikel 13, eerste lid, van richtlijn 92/65/EEG zijn verzonden vanuit een lid-staat dan wel vanuit een derde land en via het grondgebied van een lid-staat in Nederland worden gebracht.
4. Onverminderd het tweede en derde lid wordt van het verbod, bedoeld in artikel 2.1, tweede lid, eerste gedachtenstreepje, vrijstelling verleend terzake van de doorvoer door Baarle-Nassau van:
a. vee, dat door veehouders, gevestigd in de in Nederland gelegen enclaves van de Belgische gemeente Baarle-Hertog, is aangekocht van dan wel verkocht aan in België gevestigde personen en dat ter levering van België naar vorenbedoelde enclaves, onderscheidenlijk van deze enclaves naar België wordt vervoerd;
b. vee, dat van de in onderdeel a bedoelde enclaves naar België wordt vervoerd ter beweiding of beakkering van landerijen aldaar of dat na deze beweiding of beakkering van België naar vorenbedoelde enclaves wordt teruggevoerd, daaronder begrepen de dieren, welke gedurende het laatste jaar in België uit dit vee zijn geboren.
5. Onverminderd de voorgaande leden wordt van de verboden, bedoeld in artikel 2.1, eerste en tweede lid, en in <a href="/wet/BWBR0005662/artikel/77" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 77, eerste lid van de wet</a>, vrijstelling verleend voor het anders dan in doorvoer buiten Nederland brengen en het in Nederland brengen van pluimvee, dat bestemd is voor tentoonstellingen, concoursen of wedstrijden.