BWBR0007049
Geldig vanaf 2018-10-06
Artikel 2.33
Regeling handel levende dieren en levende producten
Het verbod, bedoeld in artikel 2.1, tweede lid, derde gedachtenstreepje, geldt niet ter zake van het brengen in Nederland van dieren die via Nederland voor het eerst in de gebieden waarop het Verdrag betreffende de Europese Unievan toepassing is worden gebracht en zijn verzonden vanuit een derde land of een deel van een derde land, mits voldaan wordt aan, voor zover van toepassing, verordening (EU) 2017/625 en de daarop gebaseerde gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen van de Europese Commissie, verordening (EU) nr. 139/2013, beschikking 2007/25/EG en artikel 2.35en aan:
afdeling 4 van hoofdstuk 3, indien het runderen betreft;
afdeling 4 van hoofdstuk 4, indien het varkens betreft;
afdeling 4 van hoofdstuk 5, indien het paardachtigen betreft;
afdeling 4 van hoofdstuk 6, indien het pluimvee betreft;
afdeling 4 van hoofdstuk 7, indien het schapen of geiten betreft;
artikel 7a.1 van hoofdstuk 7a, indien het gaffelantilopen, herten, muskusherten, dwergherten, giraffen, okapi’s, eeltpotigen, nijlpaarden, pecari’s, neushoorns, tapirs, olifanten en holhoornigen niet zijnde runderen, geiten en schapen betreft;
afdeling 4 van hoofdstuk 8, indien het dieren, niet zijnde runderen, varkens, paardachtigen, pluimvee, schapen, geiten of vogels betreft;
afdeling 4b, van hoofdstuk 8, indien het bijen of hommels betreft, afkomstig uit een derde land.
afdeling 4 van hoofdstuk 3, indien het runderen betreft;
afdeling 4 van hoofdstuk 4, indien het varkens betreft;
afdeling 4 van hoofdstuk 5, indien het paardachtigen betreft;
afdeling 4 van hoofdstuk 6, indien het pluimvee betreft;
afdeling 4 van hoofdstuk 7, indien het schapen of geiten betreft;
artikel 7a.1 van hoofdstuk 7a, indien het gaffelantilopen, herten, muskusherten, dwergherten, giraffen, okapi’s, eeltpotigen, nijlpaarden, pecari’s, neushoorns, tapirs, olifanten en holhoornigen niet zijnde runderen, geiten en schapen betreft;
afdeling 4 van hoofdstuk 8, indien het dieren, niet zijnde runderen, varkens, paardachtigen, pluimvee, schapen, geiten of vogels betreft;
afdeling 4b, van hoofdstuk 8, indien het bijen of hommels betreft, afkomstig uit een derde land.