Artikel 1
1. De Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993is, voor zover in dit besluit niet anders is bepaald, niet van toepassing op een onderlinge waarborgmaatschappij met zetel in Nederland die het schadeverzekeringsbedrijf uitoefent en in het bezit is van een door de Pensioen- & Verzekeringskamer verleende verklaring ingevolge de artikelen 2of 3van dit besluit.
2. Bij de aanvraag van een verklaring legt de aanvraagster aan de Pensioen- & Verzekeringskamer een programma van werkzaamheden over.
3. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot het programma van werkzaamheden, bedoeld in het tweede lid.
4. Indien voor de eerste maal een verklaring wordt aangevraagd, legt de aanvraagster tevens aan de Pensioen- & Verzekeringskamer over een authentiek afschrift van de akte van oprichting, een exemplaar van haar statuten en reglementen alsmede een lijst met namen en adressen van haar bestuurders.
5. Indien de stukken die bij de aanvraag van een verklaring zijn overgelegd de Pensioen- & Verzekeringskamer aanleiding geven tot het maken van opmerkingen, stelt zij de aanvraagster in de gelegenheid op deze opmerkingen binnen een door haar te stellen termijn te antwoorden.
6. De Pensioen- & Verzekeringskamer beslist binnen acht weken. Indien toepassing is gegeven aan het vijfde lid, begint de in de eerste volzin genoemde termijn op het tijdstip waarop de inlichtingen door de Pensioen- & Verzekeringskamer zijn ontvangen.
7. De Pensioen- & Verzekeringskamer doet van de verlening van een verklaring mededeling in de Staatscourant.
8. De Pensioen- & Verzekeringskamer legt te haren kantore ten behoeve van een ieder een lijst ter inzage van de onderlinge waarborgmaatschappijen die in het bezit zijn van een verklaring.
2. Bij de aanvraag van een verklaring legt de aanvraagster aan de Pensioen- & Verzekeringskamer een programma van werkzaamheden over.
3. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot het programma van werkzaamheden, bedoeld in het tweede lid.
4. Indien voor de eerste maal een verklaring wordt aangevraagd, legt de aanvraagster tevens aan de Pensioen- & Verzekeringskamer over een authentiek afschrift van de akte van oprichting, een exemplaar van haar statuten en reglementen alsmede een lijst met namen en adressen van haar bestuurders.
5. Indien de stukken die bij de aanvraag van een verklaring zijn overgelegd de Pensioen- & Verzekeringskamer aanleiding geven tot het maken van opmerkingen, stelt zij de aanvraagster in de gelegenheid op deze opmerkingen binnen een door haar te stellen termijn te antwoorden.
6. De Pensioen- & Verzekeringskamer beslist binnen acht weken. Indien toepassing is gegeven aan het vijfde lid, begint de in de eerste volzin genoemde termijn op het tijdstip waarop de inlichtingen door de Pensioen- & Verzekeringskamer zijn ontvangen.
7. De Pensioen- & Verzekeringskamer doet van de verlening van een verklaring mededeling in de Staatscourant.
8. De Pensioen- & Verzekeringskamer legt te haren kantore ten behoeve van een ieder een lijst ter inzage van de onderlinge waarborgmaatschappijen die in het bezit zijn van een verklaring.