BWBR0006624
Geldig vanaf 2000-01-01
Artikel 4
Besluit vrijgestelde onderlinge waarborgmaatschappijen 1994
1. Een onderlinge waarborgmaatschappij waaraan een verklaring ingevolge artikel 2is verleend:
a. dient binnen de door artikel 58, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek bepaalde termijnen haar jaarrekening en jaarverslag bij de Pensioen- & Verzekeringskamer in;
b. toont op verzoek en ten genoegen van de Pensioen- & Verzekeringskamer binnen de door deze te bepalen termijn aan dat zij nog voldoet aan de voorwaarden, gesteld in artikel 2;
c. gedoogt dat de Pensioen- & Verzekeringskamer op elk door deze gewenst tijdstip bij haar een onderzoek instelt of zij nog voldoet aan de voorwaarden, gesteld voor het verkrijgen van de verklaring, en aan de verplichtingen die overigens ingevolge dit besluit op haar rusten;
d. geeft aan de Pensioen- & Verzekeringskamer of aan personen, door deze bij uitdrukkelijke en bijzondere machtiging aangewezen, inzage van haar zakelijke gegevens en bescheiden en verleent de vereiste medewerking opdat hij, die deze zakelijke gegevens en bescheiden onder zich heeft, deze aan de Pensioen- & Verzekeringskamer of de door deze aangewezen personen ter inzage geeft.
2. Een derde, die de in het eerste lid, onderdeel d, bedoelde zakelijke gegevens en bescheiden onder zich heeft, legt deze desgevorderd over aan de Pensioen- & Verzekeringskamer of de overeenkomstig genoemd onderdeel aangewezen personen.
3. Het eerste lid, onderdeel a, is niet van toepassing op een onderlinge waarborgmaatschappij indien het aantal verzekeringnemers niet groter is dan tweehonderd en het jaarlijkse bruto premie-inkomen niet meer dan € 91 000 beloopt.
a. dient binnen de door artikel 58, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek bepaalde termijnen haar jaarrekening en jaarverslag bij de Pensioen- & Verzekeringskamer in;
b. toont op verzoek en ten genoegen van de Pensioen- & Verzekeringskamer binnen de door deze te bepalen termijn aan dat zij nog voldoet aan de voorwaarden, gesteld in artikel 2;
c. gedoogt dat de Pensioen- & Verzekeringskamer op elk door deze gewenst tijdstip bij haar een onderzoek instelt of zij nog voldoet aan de voorwaarden, gesteld voor het verkrijgen van de verklaring, en aan de verplichtingen die overigens ingevolge dit besluit op haar rusten;
d. geeft aan de Pensioen- & Verzekeringskamer of aan personen, door deze bij uitdrukkelijke en bijzondere machtiging aangewezen, inzage van haar zakelijke gegevens en bescheiden en verleent de vereiste medewerking opdat hij, die deze zakelijke gegevens en bescheiden onder zich heeft, deze aan de Pensioen- & Verzekeringskamer of de door deze aangewezen personen ter inzage geeft.
2. Een derde, die de in het eerste lid, onderdeel d, bedoelde zakelijke gegevens en bescheiden onder zich heeft, legt deze desgevorderd over aan de Pensioen- & Verzekeringskamer of de overeenkomstig genoemd onderdeel aangewezen personen.
3. Het eerste lid, onderdeel a, is niet van toepassing op een onderlinge waarborgmaatschappij indien het aantal verzekeringnemers niet groter is dan tweehonderd en het jaarlijkse bruto premie-inkomen niet meer dan € 91 000 beloopt.