BWBR0006624
Geldig vanaf 2000-01-01
Artikel 6
Besluit vrijgestelde onderlinge waarborgmaatschappijen 1994
1. Ten aanzien van een onderlinge waarborgmaatschappij waaraan een verklaring ingevolge artikel 2is verleend, is het bepaalde bij of krachtens de artikelen 1, 2, 8, 10, eerste lid, 11, 15, 18, 20, aanhef en onderdeel a, 29, 51, 54, 55, 55a, 56, 64, 70, 70a, 71, 75, eerste tot en met derde lid, 141, eerste lid, 182 tot en met 186, 188, eerste lid, en 188a, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993van toepassing of van overeenkomstige toepassing.
2. Met betrekking tot het verzekeren van bijkomende risico’s is artikel 27, tweede en derde lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de risico’s van de branche Rechtsbijstand uitsluitend als bijkomende risico’s mogen worden gecombineerd met branches waarbij risico’s worden verzekerd die verband houden met het gebruik van zeeschepen. Risico’s die verband houden met aansprakelijkheden ten aanzien waarvan de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigenvan toepassing is, mogen evenwel niet als bijkomend risico worden verzekerd.
2. Met betrekking tot het verzekeren van bijkomende risico’s is artikel 27, tweede en derde lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de risico’s van de branche Rechtsbijstand uitsluitend als bijkomende risico’s mogen worden gecombineerd met branches waarbij risico’s worden verzekerd die verband houden met het gebruik van zeeschepen. Risico’s die verband houden met aansprakelijkheden ten aanzien waarvan de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigenvan toepassing is, mogen evenwel niet als bijkomend risico worden verzekerd.