BWBR0006624
Geldig vanaf 2000-01-01
Artikel 5
Besluit vrijgestelde onderlinge waarborgmaatschappijen 1994
1. Een onderlinge waarborgmaatschappij waaraan een verklaring ingevolge artikel 3is verleend, dient binnen zes maanden na afloop van het boekjaar bij de Pensioen- & Verzekeringskamer een opgave in met betrekking tot de vanuit de vestigingen in Nederland gesloten overeenkomsten van verzekering met betrekking tot in andere lid-staten dan Nederland gelegen risico's. In die opgave worden per lid-staat en per branchegroep de in dat boekjaar geboekte premies, schaden en provisies vermeld, telkens zonder aftrek van herverzekering.
2. De in het eerste lid bedoelde branchegroepen en het model van de opgave worden door de Pensioen- & Verzekeringskamer vastgesteld.
2. De in het eerste lid bedoelde branchegroepen en het model van de opgave worden door de Pensioen- & Verzekeringskamer vastgesteld.