BWBR0006624
Geldig vanaf 2000-01-01
Artikel 14
Besluit vrijgestelde onderlinge waarborgmaatschappijen 1994
1. Een verklaring die is verleend ingevolge de artikelen 2 of 3 van het Besluit vrijgestelde onderlinge waarborgmaatschappijenen die op het tijdstip waarop dit besluit in werking treedt niet is ingetrokken, wordt beschouwd te zijn verleend ingevolge de artikelen 2onderscheidenlijk 3van dit besluit.
2. Een onderneming of instelling op onderlinge grondslag met zetel buiten Nederland die op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit op grond van artikel 9a van het Besluit vrijgestelde onderlinge waarborgmaatschappijenbevoegd is diensten te verrichten naar Nederland vanuit een vestiging buiten Nederland en tevens daadwerkelijk zulke diensten verricht, wordt beschouwd bevoegd te zijn ingevolge artikel 13van dit besluit.
2. Een onderneming of instelling op onderlinge grondslag met zetel buiten Nederland die op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit op grond van artikel 9a van het Besluit vrijgestelde onderlinge waarborgmaatschappijenbevoegd is diensten te verrichten naar Nederland vanuit een vestiging buiten Nederland en tevens daadwerkelijk zulke diensten verricht, wordt beschouwd bevoegd te zijn ingevolge artikel 13van dit besluit.