BWBR0006624
Geldig vanaf 2000-01-01
Artikel 7
Besluit vrijgestelde onderlinge waarborgmaatschappijen 1994
1. Ten aanzien van een onderlinge waarborgmaatschappij waaraan een verklaring ingevolge artikel 3is verleend, is het bepaalde bij of krachtens de artikelen 1, 2, 8, 10, eerste lid, 11, 15, 18, 20, aanhef en onderdeel a, 29, 51, 54, 55, 55a, 56, 57, eerste, derde en vierde lid, 64, 66, eerste, vierde, vijfde en zesde lid, eerste volzin, zevende en achtste lid, 70 tot en met 73, 75, eerste tot en met derde lid, 76, 77, eerste en derde lid, 121, eerste en vijfde lid, 122, 123, 127, 137a, 138, eerste, vierde en vijfde lid, 140, 140a, 141, eerste lid, 155, 156, eerste tot en met derde en vijfde tot en met dertiende lid, 157, 158, 161 tot en met 164, 165, eerste lid en derde tot en met zevende lid, 165a, 166, 168, 169, eerste, derde en vierde lid, vijfde lid, onderdelen a tot en met d en f, 169a, 170, 182 tot en met 186, 188, 188aen 196 van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993van toepassing of van overeenkomstige toepassing.
2. De waarden, bedoeld in artikel 66, zesde lid, eerste volzin, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993moeten in Nederland aanwezig zijn, met dien verstande dat met betrekking tot een overeenkomst van communautaire co-assurantie deze waarden ter keuze van de onderlinge waarborgmaatschappij ook aanwezig mogen zijn in de andere lid-staten van waaruit de overige co-assuradeuren deelnemen aan de overeenkomst.
3. Artikel 6, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
2. De waarden, bedoeld in artikel 66, zesde lid, eerste volzin, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993moeten in Nederland aanwezig zijn, met dien verstande dat met betrekking tot een overeenkomst van communautaire co-assurantie deze waarden ter keuze van de onderlinge waarborgmaatschappij ook aanwezig mogen zijn in de andere lid-staten van waaruit de overige co-assuradeuren deelnemen aan de overeenkomst.
3. Artikel 6, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.