BWBR0006624
Geldig vanaf 2000-01-01
Artikel 9
Besluit vrijgestelde onderlinge waarborgmaatschappijen 1994
1. De Pensioen- & Verzekeringskamer kan een verklaring intrekken indien de onderlinge waarborgmaatschappij:
a. daarom verzoekt;
b. niet meer voldoet aan de voorwaarden die voor de verlening van de verklaring zijn gesteld;
c. ernstig in gebreke blijft aan verplichtingen, haar bij of krachtens de wet of dit besluit opgelegd, te voldoen;
d. de bedrijfsuitoefening gedurende meer dan zes maanden heeft gestaakt;
e. binnen twaalf maanden na de verlening van de verklaring daarvan geen gebruik heeft gemaakt; of
f. waaraan een verklaring ingevolge artikel 2 is verleend, in surséance van betaling verkeert of failliet is verklaard.
2. De werking van het besluit tot intrekking van de verklaring wordt opgeschort totdat de beroepstermijn is verstreken of, indien beroep is ingesteld, op het beroep is beslist.
3. De Pensioen- & Verzekeringskamer doet van het besluit in de Staatscourantmededeling, zodra de intrekking van kracht is geworden. Zij kan, indien zij dit in het belang van verzekeringnemers, verzekerden of gerechtigden op uitkeringen acht, het besluit eveneens op andere door haar te bepalen wijze publiceren.
4. De Pensioen- & Verzekeringskamer brengt de intrekking van een verklaring, verleend ingevolge artikel 3, ter kennis van de toezichthoudende autoriteiten van de lid-staten waarheen de onderlinge waarborgmaatschappij vanuit Nederland diensten verricht.
a. daarom verzoekt;
b. niet meer voldoet aan de voorwaarden die voor de verlening van de verklaring zijn gesteld;
c. ernstig in gebreke blijft aan verplichtingen, haar bij of krachtens de wet of dit besluit opgelegd, te voldoen;
d. de bedrijfsuitoefening gedurende meer dan zes maanden heeft gestaakt;
e. binnen twaalf maanden na de verlening van de verklaring daarvan geen gebruik heeft gemaakt; of
f. waaraan een verklaring ingevolge artikel 2 is verleend, in surséance van betaling verkeert of failliet is verklaard.
2. De werking van het besluit tot intrekking van de verklaring wordt opgeschort totdat de beroepstermijn is verstreken of, indien beroep is ingesteld, op het beroep is beslist.
3. De Pensioen- & Verzekeringskamer doet van het besluit in de Staatscourantmededeling, zodra de intrekking van kracht is geworden. Zij kan, indien zij dit in het belang van verzekeringnemers, verzekerden of gerechtigden op uitkeringen acht, het besluit eveneens op andere door haar te bepalen wijze publiceren.
4. De Pensioen- & Verzekeringskamer brengt de intrekking van een verklaring, verleend ingevolge artikel 3, ter kennis van de toezichthoudende autoriteiten van de lid-staten waarheen de onderlinge waarborgmaatschappij vanuit Nederland diensten verricht.