BWBR0006624
Geldig vanaf 2000-01-01
Artikel 2
Besluit vrijgestelde onderlinge waarborgmaatschappijen 1994
1. De Pensioen- & Verzekeringskamer verleent een verklaring aan een onderlinge waarborgmaatschappij waarvan:
a. de statuten bepalen dat de leden tijdens de bedrijfsuitoefening verplicht zijn of kunnen worden volledig bij te dragen in de tekorten of dat de schadevergoedingsplicht naar gelang van de beschikbare middelen kan worden beperkt en dat bij de ontbinding de leden en zij die binnen de in de statuten bepaalde termijn hebben opgehouden leden te zijn, aansprakelijk zijn voor tekorten of dat de schadevergoedingsplicht naar gelang van de beschikbare middelen kan worden beperkt;
b. de bedrijfsuitoefening is beperkt tot slechts een van de branches, genoemd in artikel 15 van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993, met uitzondering van de branches Ongevallen, Ziekte, Aansprakelijkheid motorrijtuigen, Aansprakelijkheid wegvervoer, Aansprakelijkheid luchtvaartuigen, Aansprakelijkheid zee- en binnenschepen, Algemene aansprakelijkheid, Krediet, Borgtocht en Hulpverlening;
c. de bij haar verzekerde risico’s op naar het oordeel van de Pensioen- & Verzekeringskamer genoegzame wijze zijn herverzekerd, tenzij de Pensioen- & Verzekeringskamer er mee instemt dat geen herverzekering plaatsvindt;
d. ten minste de helft van het jaarlijkse bruto premie-inkomen afkomstig is van de leden;
e. het aantal verzekeringnemers niet groter is dan drieduizend; en
f. het jaarlijkse bruto premie-inkomen niet meer dan € 455 000 beloopt.
2. Het eerste lid, onderdeel c, is niet van toepassing op een onderlinge waarborgmaatschappij zolang het aantal verzekeringnemers niet groter is dan tweehonderd en het jaarlijkse bruto premie-inkomen niet meer dan € 91 000 beloopt.
a. de statuten bepalen dat de leden tijdens de bedrijfsuitoefening verplicht zijn of kunnen worden volledig bij te dragen in de tekorten of dat de schadevergoedingsplicht naar gelang van de beschikbare middelen kan worden beperkt en dat bij de ontbinding de leden en zij die binnen de in de statuten bepaalde termijn hebben opgehouden leden te zijn, aansprakelijk zijn voor tekorten of dat de schadevergoedingsplicht naar gelang van de beschikbare middelen kan worden beperkt;
b. de bedrijfsuitoefening is beperkt tot slechts een van de branches, genoemd in artikel 15 van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993, met uitzondering van de branches Ongevallen, Ziekte, Aansprakelijkheid motorrijtuigen, Aansprakelijkheid wegvervoer, Aansprakelijkheid luchtvaartuigen, Aansprakelijkheid zee- en binnenschepen, Algemene aansprakelijkheid, Krediet, Borgtocht en Hulpverlening;
c. de bij haar verzekerde risico’s op naar het oordeel van de Pensioen- & Verzekeringskamer genoegzame wijze zijn herverzekerd, tenzij de Pensioen- & Verzekeringskamer er mee instemt dat geen herverzekering plaatsvindt;
d. ten minste de helft van het jaarlijkse bruto premie-inkomen afkomstig is van de leden;
e. het aantal verzekeringnemers niet groter is dan drieduizend; en
f. het jaarlijkse bruto premie-inkomen niet meer dan € 455 000 beloopt.
2. Het eerste lid, onderdeel c, is niet van toepassing op een onderlinge waarborgmaatschappij zolang het aantal verzekeringnemers niet groter is dan tweehonderd en het jaarlijkse bruto premie-inkomen niet meer dan € 91 000 beloopt.