BWBR0003143
Geldig vanaf 1979-01-01
Artikel 87
Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën
1. Op de bepaalde tijd wordt de bijeenkomst gehouden onder voorzitterschap van de rechter-commissaris, bijgestaan door de griffier der arrondissementsrechtbank.
2. De bijeenkomst wordt bijgewoond door een vertegenwoordiger van Onze Minister, één of meer vertegenwoordigers van de herinrichtingscommissie en de aan deze toegevoegde ingenieur van het kadaster of diens plaatsvervanger.
3. Indien de werkzaamheden niet op één dag kunnen aflopen, verdaagt de rechter-commissaris de bijeenkomst zonder dat een nadere oproeping zal worden gezonden.
4. Zij, die niet in persoon noch bij schriftelijk gemachtigde op de bijeenkomst aanwezig zijn, wanneer hun bezwaren worden behandeld, worden geacht die bezwaren te hebben ingetrokken.
5. Het vierde lid is niet van toepassing ten aanzien van hen, die binnen een week na de dag der bijeenkomst bij aangetekende brief, gericht aan de rechter-commissaris, het niet-verschijnen op de bijeenkomst verklaren met een beroep op overmacht en de gegrondheid van deze bewering binnen een door de rechter-commissaris te bepalen termijn aan deze aannemelijk maken.
6. Indien de rechter-commissaris het beroep op overmacht gegrond acht, stelt hij een nadere dag voor de behandeling van de bezwaren vast.
7. Van het verhandelde maakt de rechter-commissaris proces-verbaal op waarvan hij afschrift zendt aan de herinrichtingscommissie.
2. De bijeenkomst wordt bijgewoond door een vertegenwoordiger van Onze Minister, één of meer vertegenwoordigers van de herinrichtingscommissie en de aan deze toegevoegde ingenieur van het kadaster of diens plaatsvervanger.
3. Indien de werkzaamheden niet op één dag kunnen aflopen, verdaagt de rechter-commissaris de bijeenkomst zonder dat een nadere oproeping zal worden gezonden.
4. Zij, die niet in persoon noch bij schriftelijk gemachtigde op de bijeenkomst aanwezig zijn, wanneer hun bezwaren worden behandeld, worden geacht die bezwaren te hebben ingetrokken.
5. Het vierde lid is niet van toepassing ten aanzien van hen, die binnen een week na de dag der bijeenkomst bij aangetekende brief, gericht aan de rechter-commissaris, het niet-verschijnen op de bijeenkomst verklaren met een beroep op overmacht en de gegrondheid van deze bewering binnen een door de rechter-commissaris te bepalen termijn aan deze aannemelijk maken.
6. Indien de rechter-commissaris het beroep op overmacht gegrond acht, stelt hij een nadere dag voor de behandeling van de bezwaren vast.
7. Van het verhandelde maakt de rechter-commissaris proces-verbaal op waarvan hij afschrift zendt aan de herinrichtingscommissie.