BWBR0003143
Geldig vanaf 1979-01-01
Artikel 28
Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën
1. Zodra provinciale staten een herinrichtingsplan of een gedeelte hiervan hebben vastgesteld, kan de herinrichtingscommissie de uitvoering hiervan ter hand nemen.
2. Gedeputeerde staten kunnen in overeenstemming met de herinrichtingscommissie bepalen, dat met name genoemde werken worden uitgevoerd door de door hen aan te wijzen openbare lichamen of andere rechtspersonen.
3. Op de terreinen kunnen tekens worden gesteld en kan houtgewas worden geplant en gekapt; zoden, aarde, grind en andere specie kunnen aan de terreinen worden onttrokken of daarop worden neergelegd.
4. Gronden kunnen worden drooggelegd, ontgonnen, herontgonnen, begreppeld of gedraineerd, ontwikkeld tot natuurterrein, tijdelijk geëxploiteerd en tijdelijk in gebruik gegeven, in welk laatste geval de ter zake van pacht geldende wettelijke bepalingen niet toepasselijk zijn.
5. Opstallen kunnen worden afgebroken, verbouwd, verplaatst, gebouwd of herbouwd, indien naar het oordeel der herinrichtingscommissie het belang der herinrichting zulks vordert.
6. Hij die de eigendom heeft van een onroerende zaak of hij, aan wie een beperkt recht toebehoort, waaraan een onroerende zaak is onderworpen dan wel de gebruiker van een onroerende zaak, moet gedogen, dat het bepaalde in de voorgaande leden wordt uitgevoerd en dat daartoe zijn gebouwen en terreinen worden betreden. Artikel 23, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
7. De schade, welke uit de toepassing van de vorige leden mocht voortvloeien, wordt uit ’s Rijks kas betaald. Het verzoek om schadevergoeding wordt ingediend bij de herinrichtingscommissie. Bij geschil over het beloop der schade wordt dit op verzoek van de meest gerede partij, nadat de wederpartij de gelegenheid heeft gehad haar belangen te verdedigen, door de arrondissementsrechtbank bij beschikking vastgesteld. Tegen de uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
8. Aan de belanghebbende, bedoeld in het zesde lid, wordt op zijn verzoek een voorschot op de schadevergoeding toegekend. Het bedrag van het voorschot wordt op verzoek van de belanghebbende door de rechter-commissaris vastgesteld, gehoord de herinrichtingscommissie.
9. De uitvoering der werken, bedoeld in de leden 1-5 mag niet ter hand worden genomen, alvorens door de zorg van de herinrichtingscommissie een beschrijving is gemaakt van de betrokken onroerende zaak, waarvan de toestand tevens moet zijn vastgelegd door middel van tekeningen, foto’s of andere daartoe geschikte middelen.
10. Met uitzondering van de ontgrondingen, welke geschieden ter verkrijging van het voor de werken nodige bodemmateriaal, zijn de bepalingen van de <a href="/wet/BWBR0002505" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Ontgrondingenwet</a>niet van toepassing op de uitvoering van het herinrichtingsplan.
2. Gedeputeerde staten kunnen in overeenstemming met de herinrichtingscommissie bepalen, dat met name genoemde werken worden uitgevoerd door de door hen aan te wijzen openbare lichamen of andere rechtspersonen.
3. Op de terreinen kunnen tekens worden gesteld en kan houtgewas worden geplant en gekapt; zoden, aarde, grind en andere specie kunnen aan de terreinen worden onttrokken of daarop worden neergelegd.
4. Gronden kunnen worden drooggelegd, ontgonnen, herontgonnen, begreppeld of gedraineerd, ontwikkeld tot natuurterrein, tijdelijk geëxploiteerd en tijdelijk in gebruik gegeven, in welk laatste geval de ter zake van pacht geldende wettelijke bepalingen niet toepasselijk zijn.
5. Opstallen kunnen worden afgebroken, verbouwd, verplaatst, gebouwd of herbouwd, indien naar het oordeel der herinrichtingscommissie het belang der herinrichting zulks vordert.
6. Hij die de eigendom heeft van een onroerende zaak of hij, aan wie een beperkt recht toebehoort, waaraan een onroerende zaak is onderworpen dan wel de gebruiker van een onroerende zaak, moet gedogen, dat het bepaalde in de voorgaande leden wordt uitgevoerd en dat daartoe zijn gebouwen en terreinen worden betreden. Artikel 23, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
7. De schade, welke uit de toepassing van de vorige leden mocht voortvloeien, wordt uit ’s Rijks kas betaald. Het verzoek om schadevergoeding wordt ingediend bij de herinrichtingscommissie. Bij geschil over het beloop der schade wordt dit op verzoek van de meest gerede partij, nadat de wederpartij de gelegenheid heeft gehad haar belangen te verdedigen, door de arrondissementsrechtbank bij beschikking vastgesteld. Tegen de uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
8. Aan de belanghebbende, bedoeld in het zesde lid, wordt op zijn verzoek een voorschot op de schadevergoeding toegekend. Het bedrag van het voorschot wordt op verzoek van de belanghebbende door de rechter-commissaris vastgesteld, gehoord de herinrichtingscommissie.
9. De uitvoering der werken, bedoeld in de leden 1-5 mag niet ter hand worden genomen, alvorens door de zorg van de herinrichtingscommissie een beschrijving is gemaakt van de betrokken onroerende zaak, waarvan de toestand tevens moet zijn vastgelegd door middel van tekeningen, foto’s of andere daartoe geschikte middelen.
10. Met uitzondering van de ontgrondingen, welke geschieden ter verkrijging van het voor de werken nodige bodemmateriaal, zijn de bepalingen van de <a href="/wet/BWBR0002505" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Ontgrondingenwet</a>niet van toepassing op de uitvoering van het herinrichtingsplan.