BWBR0003143
Geldig vanaf 1979-01-01
Artikel 104
Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën
1. Op verzoek van de herinrichtingscommissie benoemt de voorzieningenrechter van de rechtbank te Groningen voor elk deelgebied waarvan onroerende zaken deel uitmaken, met betrekking waartoe een rechtspersoon gerechtigde tot een stadsmeierrecht is, een schattingscommissie om met inachtneming van het bepaalde in artikel 105de verkoopwaarde te schatten van het stadsmeierrecht dat rust op de onroerende zaak, met inbegrip van de zich daarop bevindende opstallen en beplantingen, en met betrekking waartoe een rechtspersoon gerechtigd is. De schattingen vinden plaats onderscheidenlijk naar stadsmeierrecht, waarvoor de 20e of 30e penning, dan wel een andere vergoeding bij overgang is verschuldigd.
De voorzieningenrechter wijst uit de leden van de schattingscommissie een voorzitter aan en regelt de aan de leden van de schattingscommissie toe te kennen vergoedingen.
2. De in het eerste lid bedoelde schatting vindt plaats voor elk blok afzonderlijk. De schatting van de verkoopwaarde van stadsmeierrechten rustend op niet van een blok deel uitmakende onroerende zaken vindt plaats tegelijkertijd met de schatting van de verkoopwaarde van de stadsmeierrechten rustend op onroerende zaken deel uitmakende van het in artikel 16, vijfde lid, bedoelde blok.
3. De herinrichtingscommissie voegt een secretaris aan de schattingscommissie toe.
4. De voorzitter van de schattingscommissie kan aan de voorzieningenrechter van de rechtbank benoeming van nog een of meer andere leden verzoeken, indien de schatting van een bepaald object of van bepaalde objecten bijzondere deskundigheid vereist, welke de reeds benoemde leden niet bezitten.
5. De voorzitter van de schattingscommissie regelt de werkzaamheden van de schattingscommissie.
6. Iedere schatting geschiedt door drie leden van de schattingscommissie.
De voorzieningenrechter wijst uit de leden van de schattingscommissie een voorzitter aan en regelt de aan de leden van de schattingscommissie toe te kennen vergoedingen.
2. De in het eerste lid bedoelde schatting vindt plaats voor elk blok afzonderlijk. De schatting van de verkoopwaarde van stadsmeierrechten rustend op niet van een blok deel uitmakende onroerende zaken vindt plaats tegelijkertijd met de schatting van de verkoopwaarde van de stadsmeierrechten rustend op onroerende zaken deel uitmakende van het in artikel 16, vijfde lid, bedoelde blok.
3. De herinrichtingscommissie voegt een secretaris aan de schattingscommissie toe.
4. De voorzitter van de schattingscommissie kan aan de voorzieningenrechter van de rechtbank benoeming van nog een of meer andere leden verzoeken, indien de schatting van een bepaald object of van bepaalde objecten bijzondere deskundigheid vereist, welke de reeds benoemde leden niet bezitten.
5. De voorzitter van de schattingscommissie regelt de werkzaamheden van de schattingscommissie.
6. Iedere schatting geschiedt door drie leden van de schattingscommissie.