BWBR0003143
Geldig vanaf 1979-01-01
Artikel 6
Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën
1. Zonder voorafgaande verklaring bij de wet, dat het algemeen nut onteigening vordert, kan onteigening plaatsvinden van onroerende zaken en rechten als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0001842/artikel/4" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 4, eerste lid, van de onteigeningswet</a>( <em>Stb.</em>1922, 25) in Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën, waarover de beschikking moet worden verkregen ter verwezenlijking van een herinrichtingsplan.
2. De in het eerste lid bedoelde onteigening mag ten behoeve van de landschappelijke en recreatieve voorzieningen, alsmede ten behoeve van de veiligstelling en ontwikkeling van natuurgebieden en cultuurhistorische elementen niet meer dan 5600 hectare betreffen.
3. De onteigening geschiedt ten name van de Staat.
4. De onteigening heeft plaats uit kracht van een door Ons, de Raad van State gehoord, genomen besluit.
2. De in het eerste lid bedoelde onteigening mag ten behoeve van de landschappelijke en recreatieve voorzieningen, alsmede ten behoeve van de veiligstelling en ontwikkeling van natuurgebieden en cultuurhistorische elementen niet meer dan 5600 hectare betreffen.
3. De onteigening geschiedt ten name van de Staat.
4. De onteigening heeft plaats uit kracht van een door Ons, de Raad van State gehoord, genomen besluit.