BWBR0003143
Geldig vanaf 1979-01-01
Artikel 23
Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën
1. Wanneer de herinrichtingscommissie het ten behoeve van de voorbereiding van het herinrichtingsprogramma of van een herinrichtingsplan nodig acht, dat op iemands grond gravingen of opmetingen worden verricht of tekens gesteld, moet hij, die de eigendom van de grond heeft of hij, aan wie een beperkt recht toebehoort, waaraan de grond is onderworpen dan wel de gebruiker van de grond dit gedogen.
2. De burgemeester is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van de in het eerste lid bedoelde gedoogplicht.
3. De schade, welke uit de toepassing van het eerste lid mocht voortvloeien, wordt uit ’s Rijks kas betaald. Het verzoek om schadevergoeding wordt ingediend bij de herinrichtingscommissie. Bij geschil over het beloop der schade wordt dit op verzoek van de meest gerede partij, nadat de wederpartij de gelegenheid heeft gehad haar belangen te verdedigen, door de kantonrechter bij beschikking vastgesteld. Tegen de uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
2. De burgemeester is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van de in het eerste lid bedoelde gedoogplicht.
3. De schade, welke uit de toepassing van het eerste lid mocht voortvloeien, wordt uit ’s Rijks kas betaald. Het verzoek om schadevergoeding wordt ingediend bij de herinrichtingscommissie. Bij geschil over het beloop der schade wordt dit op verzoek van de meest gerede partij, nadat de wederpartij de gelegenheid heeft gehad haar belangen te verdedigen, door de kantonrechter bij beschikking vastgesteld. Tegen de uitspraak staat geen rechtsmiddel open.