BWBR0003143
Geldig vanaf 1979-01-01
Artikel 52
Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën
1. Voor een geding, voortvloeiende uit een verwijzing door de rechter-commissaris als bedoeld in artikel 43, tweede lid, en in artikel 44, tweede lid, is alleen door de belanghebbende, met wie geen overeenstemming is verkregen, vast recht als bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0001852" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet tarieven in burgerlijke zaken</a>verschuldigd.
2. De kosten van het geding als bedoeld in het eerste lid komen ten laste van de belanghebbende met wie geen overeenstemming is verkregen, indien deze in het ongelijk is gesteld, ten laste van de staat, indien hij in het gelijk wordt gesteld. Indien de rechter daartoe termen vindt in de omstandigheden van het geding, kan hij de kosten geheel of voor een deel compenseren.
2. De kosten van het geding als bedoeld in het eerste lid komen ten laste van de belanghebbende met wie geen overeenstemming is verkregen, indien deze in het ongelijk is gesteld, ten laste van de staat, indien hij in het gelijk wordt gesteld. Indien de rechter daartoe termen vindt in de omstandigheden van het geding, kan hij de kosten geheel of voor een deel compenseren.