BWBR0003143
Geldig vanaf 1979-01-01
Artikel 22
Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën
1. Bij het herinrichtingsplan kan worden bepaald, dat, indien het belang der herverkaveling zulks vordert, gedeputeerde staten bevoegd zijn op voorstel van de herinrichtingscommissie, met instemming van Onze Minister en met inachtneming van in het plan vervatte regelen het herinrichtingsplan uit te werken en de in artikel 16, derde lid onder a, bedoelde voorzieningen uit te breiden.
2. De in het eerste lid bedoelde uitwerking, onderscheidenlijk uitbreiding, wordt geacht deel uit te maken van het herinrichtingsplan.
3. Alvorens de uitwerking, onderscheidenlijk de uitbreiding, bedoeld in het eerste lid, vast te stellen, leggen gedeputeerde staten een afschrift van het ontwerp daartoe gedurende veertien dagen ter kosteloze inzage van een ieder neder ter provinciale griffie en ter secretarie van de gemeenten, welke geheel of gedeeltelijk gelegen zijn in het gebied, waarop het herinrichtingsplan betrekking heeft.
4. Van de nederlegging geschiedt openbare kennisgeving op de wijze in artikel 18, tweede lid, voorgeschreven.
5. Indien het gebied, waarop het uit te werken dan wel uit te breiden herinrichtingsplan betrekking heeft, zowel in de provincie Groningen als in de provincie Drenthe is gelegen, zijn het derde en vierde lid van toepassing met dien verstande, dat in plaats van "gedeputeerde staten" wordt gelezen: gedeputeerde staten van Groningen en van Drenthe.
6. Belanghebbenden kunnen hun bedenkingen binnen dertig dagen na de in het vierde lid bedoelde openbare kennisgeving schriftelijk bij gedeputeerde staten naar voren brengen.
7. Gedeputeerde staten stellen het plan tot uitwerking dan wel uitbreiding vast, waarbij zij zodanig acht slaan op de naar voren gebrachte bedenkingen als zij menen te moeten doen.
8. Indien in het in het vijfde lid bedoelde geval gedeputeerde staten van Groningen en van Drenthe niet tot overeenstemming kunnen komen, wordt het plan tot uitwerking dan wel uitbreiding vastgesteld bij koninklijk besluit.
9. Gedeputeerde staten delen hun standpunt naar aanleiding van de op grond van het zesde lid naar voren gebrachte bedenkingen schriftelijk en met redenen omkleed aan belanghebbenden mede.
10. Artikel 13, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
2. De in het eerste lid bedoelde uitwerking, onderscheidenlijk uitbreiding, wordt geacht deel uit te maken van het herinrichtingsplan.
3. Alvorens de uitwerking, onderscheidenlijk de uitbreiding, bedoeld in het eerste lid, vast te stellen, leggen gedeputeerde staten een afschrift van het ontwerp daartoe gedurende veertien dagen ter kosteloze inzage van een ieder neder ter provinciale griffie en ter secretarie van de gemeenten, welke geheel of gedeeltelijk gelegen zijn in het gebied, waarop het herinrichtingsplan betrekking heeft.
4. Van de nederlegging geschiedt openbare kennisgeving op de wijze in artikel 18, tweede lid, voorgeschreven.
5. Indien het gebied, waarop het uit te werken dan wel uit te breiden herinrichtingsplan betrekking heeft, zowel in de provincie Groningen als in de provincie Drenthe is gelegen, zijn het derde en vierde lid van toepassing met dien verstande, dat in plaats van "gedeputeerde staten" wordt gelezen: gedeputeerde staten van Groningen en van Drenthe.
6. Belanghebbenden kunnen hun bedenkingen binnen dertig dagen na de in het vierde lid bedoelde openbare kennisgeving schriftelijk bij gedeputeerde staten naar voren brengen.
7. Gedeputeerde staten stellen het plan tot uitwerking dan wel uitbreiding vast, waarbij zij zodanig acht slaan op de naar voren gebrachte bedenkingen als zij menen te moeten doen.
8. Indien in het in het vijfde lid bedoelde geval gedeputeerde staten van Groningen en van Drenthe niet tot overeenstemming kunnen komen, wordt het plan tot uitwerking dan wel uitbreiding vastgesteld bij koninklijk besluit.
9. Gedeputeerde staten delen hun standpunt naar aanleiding van de op grond van het zesde lid naar voren gebrachte bedenkingen schriftelijk en met redenen omkleed aan belanghebbenden mede.
10. Artikel 13, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.