BWBR0003143
Geldig vanaf 1979-01-01
Artikel 64
Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën
1. Indien overeenkomstig het bepaalde in het tweede lid van artikel 63bezwaren kenbaar zijn gemaakt, stelt de herinrichtingscommissie, onder vastlegging van die bezwaren, bij aangetekende brief partijen ervan in kennis, dat binnen dertig dagen na de dagtekening van deze brief bij de herinrichtingscommissie dient te worden ingezonden, hetzij een door beide partijen ondertekende akte, waaruit blijkt dat overeenstemming is verkregen, hetzij een gewaarmerkt afschrift van het verzoekschrift, waarbij de meest gerede partij de beslissing van de pachtkamer van de rechtbank heeft ingeroepen. De waarmerking van het afschrift geschiedt door de griffier van de rechtbank.
2. Indien de herinrichtingscommissie bevindt, dat met betrekking tot de ter registratie ingezonden pachtovereenkomst <a href="/wet/BWBR0005290/artikel/318" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 318, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek</a>niet in acht is genomen, draagt zij voor zover nodig partijen bij aangetekende brief op de beslissing van de grondkamer in te roepen en binnen dertig dagen na de dagtekening van deze brief een door de secretaris van de grondkamer gewaarmerkt afschrift van het verzoekschrift in te zenden.
3. Indien de herinrichtingscommissie bevindt, dat met betrekking tot de ter registratie ingezonden pachtovereenkomst <a href="/wet/BWBR0005290/artikel/317" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 317, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek</a>niet in acht is genomen, draagt zij voor zover nodig partijen bij aangetekende brief op de beslissing van de pachtkamer van de rechtbank in te roepen en binnen dertig dagen na de dagtekening van deze brief een door de griffier van de rechtbank gewaarmerkt afschrift van het verzoekschrift in te zenden.
4. Indien aan het bepaalde in de vorige leden geen gevolg is gegeven, is de herinrichtingscommissie bevoegd met het bestaan der pachtovereenkomst geen rekening te houden.
5. De grondkamer en de pachtkamer van de rechtbank en in beroep de Centrale Grondkamer en de pachtkamer van het Gerechtshof te Arnhem behandelen de verzoeken en vorderingen, bedoeld in deze wet vóór alle andere zaken.
2. Indien de herinrichtingscommissie bevindt, dat met betrekking tot de ter registratie ingezonden pachtovereenkomst <a href="/wet/BWBR0005290/artikel/318" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 318, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek</a>niet in acht is genomen, draagt zij voor zover nodig partijen bij aangetekende brief op de beslissing van de grondkamer in te roepen en binnen dertig dagen na de dagtekening van deze brief een door de secretaris van de grondkamer gewaarmerkt afschrift van het verzoekschrift in te zenden.
3. Indien de herinrichtingscommissie bevindt, dat met betrekking tot de ter registratie ingezonden pachtovereenkomst <a href="/wet/BWBR0005290/artikel/317" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 317, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek</a>niet in acht is genomen, draagt zij voor zover nodig partijen bij aangetekende brief op de beslissing van de pachtkamer van de rechtbank in te roepen en binnen dertig dagen na de dagtekening van deze brief een door de griffier van de rechtbank gewaarmerkt afschrift van het verzoekschrift in te zenden.
4. Indien aan het bepaalde in de vorige leden geen gevolg is gegeven, is de herinrichtingscommissie bevoegd met het bestaan der pachtovereenkomst geen rekening te houden.
5. De grondkamer en de pachtkamer van de rechtbank en in beroep de Centrale Grondkamer en de pachtkamer van het Gerechtshof te Arnhem behandelen de verzoeken en vorderingen, bedoeld in deze wet vóór alle andere zaken.