BWBR0003143
Geldig vanaf 1979-01-01
Artikel 105
Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën
1. Bij de schatting van de verkoopwaarde van de stadsmeierrechten, welke rusten op niet van een blok deel uitmakende onroerende zaken, wordt uitgegaan van de toestand ten tijde van de inschrijving van de akte van toedeling van het in artikel 31bedoelde blok. Bij de schatting van de verkoopwaarde van de stadsmeierrechten, welke rusten op van een blok deel uitmakende onroerende zaken, wordt uitgegaan van de toestand ten tijde van de inschrijving van de akte van toedeling van dat blok.
2. Bij de schatting bedoeld in lid 1 worden mede in aanmerking genomen de zaken die vóór het in werking treden van de Boeken 3, 5en 6 van het Burgerlijk Wetboekonroerend waren door bestemming. Ten aanzien van deze zaken wordt in aanmerking genomen de waarde welke zij ontlenen aan hun gebruiksmogelijkheden ter plaatse.
3. Waardeveranderingen tengevolge van de herinrichting blijven bij het schatten van de verkoopwaarde buiten beschouwing.
2. Bij de schatting bedoeld in lid 1 worden mede in aanmerking genomen de zaken die vóór het in werking treden van de Boeken 3, 5en 6 van het Burgerlijk Wetboekonroerend waren door bestemming. Ten aanzien van deze zaken wordt in aanmerking genomen de waarde welke zij ontlenen aan hun gebruiksmogelijkheden ter plaatse.
3. Waardeveranderingen tengevolge van de herinrichting blijven bij het schatten van de verkoopwaarde buiten beschouwing.