BWBR0003143
Geldig vanaf 1979-01-01
Artikel 75
Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën
1. Op door Ons, op voordracht van Onze Minister, te bepalen tijdstippen zijn geheel of gedeeltelijk en in de mate waarin dat in het besluit wordt bepaald ontbonden:
a. het "Convenant voor de inlating in de Kanalen der stad Groningen en over den afvoer langs dezelve, van de producten der na te meldene Veenen" op 17 mei 1817 gesloten tussen de "stad Groningen" en de "Drentsche veengenoten der markten Eext, Gieten, Bonnen, Gasselter Boereveen, Gasselter Nieuwveen, Drouwen, Buinen, Exelo en Valthe;
b. het Contract van 7 maart 1872 tussen de gemeente Groningen en de marktgenoten van Weerdinge "ter inlating van de Weerdinger veenen in de stadskanalen";
c. het Contract van 20 februari 1875 tussen de gemeente Groningen en de eigenaren van de Muntersche stukken en de naamloze vennootschap Het Emmer Compascuum "nopens de doortrekking van het Stads Ter Apelerkanaal naar het Emmer Compascuum en den inlaat der aldaar gelegen Veenen".
2. Op de in het eerste lid vermelde wijze wordt het Contract van 9 september 1871 tussen de gemeente Groningen en de geïnteresseerden van het Kielsterverlaat met den aankleve van dien, ontbonden.
3. De herinrichtingscommissie doet door tussenkomst van gedeputeerde staten van Groningen en van Drenthe aan Onze Minister voorstellen omtrent de in het eerste lid bedoelde tijdstippen.
4. Een ingevolge het eerste en tweede lid door Ons genomen besluit wordt door Onze Minister bekend gemaakt in de <em>Nederlandse Staatscourant</em>alsmede in tenminste twee dagbladen die in de streek worden verspreid.
a. het "Convenant voor de inlating in de Kanalen der stad Groningen en over den afvoer langs dezelve, van de producten der na te meldene Veenen" op 17 mei 1817 gesloten tussen de "stad Groningen" en de "Drentsche veengenoten der markten Eext, Gieten, Bonnen, Gasselter Boereveen, Gasselter Nieuwveen, Drouwen, Buinen, Exelo en Valthe;
b. het Contract van 7 maart 1872 tussen de gemeente Groningen en de marktgenoten van Weerdinge "ter inlating van de Weerdinger veenen in de stadskanalen";
c. het Contract van 20 februari 1875 tussen de gemeente Groningen en de eigenaren van de Muntersche stukken en de naamloze vennootschap Het Emmer Compascuum "nopens de doortrekking van het Stads Ter Apelerkanaal naar het Emmer Compascuum en den inlaat der aldaar gelegen Veenen".
2. Op de in het eerste lid vermelde wijze wordt het Contract van 9 september 1871 tussen de gemeente Groningen en de geïnteresseerden van het Kielsterverlaat met den aankleve van dien, ontbonden.
3. De herinrichtingscommissie doet door tussenkomst van gedeputeerde staten van Groningen en van Drenthe aan Onze Minister voorstellen omtrent de in het eerste lid bedoelde tijdstippen.
4. Een ingevolge het eerste en tweede lid door Ons genomen besluit wordt door Onze Minister bekend gemaakt in de <em>Nederlandse Staatscourant</em>alsmede in tenminste twee dagbladen die in de streek worden verspreid.