BWBR0003143
Geldig vanaf 1979-01-01
Artikel 58
Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën
1. De herinrichtingscommissie is, nadat Onze Minister daarin heeft toegestemd, bevoegd te bepalen dat een eigenaar, in afwijking van het bepaalde in artikel 55, algehele vergoeding in geld zal ontvangen, wanneer de waarde van de van hem in een blok gelegen onroerende zaken zo gering is, dat de toepassing van artikel 55zou leiden tot de vorming van een niet behoorlijk te exploiteren kavel en hij geen redelijk belang heeft bij het verkrijgen van een zodanige kavel.
2. De toestemming, bedoeld in het eerste lid, kan worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang.
3. De eigenaar, die zulks vóór een door Onze Minister te bepalen tijdstip schriftelijk aan de herinrichtingscommissie verzoekt, ontvangt, in afwijking van het bepaalde in artikel 55, algehele vergoeding in geld.
4. De herinrichtingscommissie maakt het in het tweede lid bedoelde tijdstip bekend in de Staatscourant, in tenminste twee dagbladen die in de streek worden verspreid en in de gemeenten op de aldaar gebruikelijke wijze.
5. Zodra de lijst van rechthebbenden te zijnen aanzien vaststaat, ontvangt de in het tweede lid bedoelde eigenaar, die schriftelijk afstand heeft gedaan van het gebruik van de hem toebehorende onroerende zaak, op zijn verzoek een voorschot op de algehele vergoeding in geld.
6. Het bedrag van het voorschot wordt op verzoek van de eigenaar door de rechter-commissaris vastgesteld, gehoord de herinrichtingscommissie.
2. De toestemming, bedoeld in het eerste lid, kan worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang.
3. De eigenaar, die zulks vóór een door Onze Minister te bepalen tijdstip schriftelijk aan de herinrichtingscommissie verzoekt, ontvangt, in afwijking van het bepaalde in artikel 55, algehele vergoeding in geld.
4. De herinrichtingscommissie maakt het in het tweede lid bedoelde tijdstip bekend in de Staatscourant, in tenminste twee dagbladen die in de streek worden verspreid en in de gemeenten op de aldaar gebruikelijke wijze.
5. Zodra de lijst van rechthebbenden te zijnen aanzien vaststaat, ontvangt de in het tweede lid bedoelde eigenaar, die schriftelijk afstand heeft gedaan van het gebruik van de hem toebehorende onroerende zaak, op zijn verzoek een voorschot op de algehele vergoeding in geld.
6. Het bedrag van het voorschot wordt op verzoek van de eigenaar door de rechter-commissaris vastgesteld, gehoord de herinrichtingscommissie.