BWBR0002269
Geldig vanaf 1958-05-01
Artikel 74
Pachtwet
1. Wij benoemen en ontslaan de voorzitter, de plaatsvervangende voorzitter, de leden, de secretaris alsmede de plaatsvervangende leden en de plaatsvervangende secretarissen.
2. De leden en de plaatsvervangende leden worden benoemd voor de tijd van vijf jaren. Zij zijn bij hun aftreden weder benoembaar. Op eigen verzoek kunnen zij door Ons worden ontslagen.
3. Voor de benoeming van een lid of van een plaatsvervangend lid maken Gedeputeerde Staten een aanbeveling op.
4. Bij de benoeming van de leden en de plaatsvervangende leden dragen Wij zorg, dat in de grondkamer noch het belang der pachters, noch dat der verpachters overheerst.
5. De in het eerste lid bedoelde personen worden voor de aanvang hunner bediening beëdigd.
6. Bij het bereiken van de ouderdom van zeventig jaren wordt aan de voorzitter, de plaatsvervangende voorzitter, de leden en plaatsvervangende leden ontslag verleend met ingang van de eerstvolgende maand.
2. De leden en de plaatsvervangende leden worden benoemd voor de tijd van vijf jaren. Zij zijn bij hun aftreden weder benoembaar. Op eigen verzoek kunnen zij door Ons worden ontslagen.
3. Voor de benoeming van een lid of van een plaatsvervangend lid maken Gedeputeerde Staten een aanbeveling op.
4. Bij de benoeming van de leden en de plaatsvervangende leden dragen Wij zorg, dat in de grondkamer noch het belang der pachters, noch dat der verpachters overheerst.
5. De in het eerste lid bedoelde personen worden voor de aanvang hunner bediening beëdigd.
6. Bij het bereiken van de ouderdom van zeventig jaren wordt aan de voorzitter, de plaatsvervangende voorzitter, de leden en plaatsvervangende leden ontslag verleend met ingang van de eerstvolgende maand.