BWBR0002269
Geldig vanaf 1958-05-01
Artikel 55
Pachtwet
1. Schiet de pachter in de nakoming van zijn verplichtingen tekort, dan kan de verpachter de pachtovereenkomst niet door een schriftelijke verklaring ontbinden, doch uitsluitend de ontbinding in rechte vorderen.
2. Indien de pachter in gebreke is de pachtprijs te voldoen, ontbindt de pachtkamer de overeenkomst, behoudens dat het haar vrijstaat om, naar gelang van omstandigheden aan de pachter op zijn verzoek een betrekkelijk korte termijn te gunnen om alsnog aan zijn verplichtingen te voldoen.
3. Indien de verpachter van oordeel is dat de pachter tekortschiet in de nakoming van zijn verplichtingen tot onderhoud van het gepachte, kan hij, onverminderd het in het eerste lid bepaalde, de pachtkamer verzoeken een onderzoek naar de toestand daarvan in te stellen.
4. De pachtkamer geeft aan dit verzoek onverminderd gevolg en maakt van haar bevindingen een schriftelijk verslag op, waarvan zij afschrift aan partijen zendt.
5. Indien haar bevindingen haar daartoe aanleiding geven, verstrekt de pachtkamer de pachter zodanige aanwijzingen omtrent het uitvoeren van zijn verplichting tot onderhoud, als door de omstandigheden geboden mochten zijn, en stelt zij de pachter tevens een termijn binnen welke hij de aanwijzingen moet hebben opgevolgd.
6. Indien de pachter nalaat de aanwijzingen binnen de gestelde termijn op te volgen, geldt dit als een tekortkoming als bedoeld in het eerste lid, tenzij de pachter aannemelijk maakt dat dit nalaten hem niet kan worden toegerekend.
7. Behoudens het in de voorgaande leden bepaalde, is afdeling 5 van titel 5 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek op de pachtovereenkomst van toepassing.
2. Indien de pachter in gebreke is de pachtprijs te voldoen, ontbindt de pachtkamer de overeenkomst, behoudens dat het haar vrijstaat om, naar gelang van omstandigheden aan de pachter op zijn verzoek een betrekkelijk korte termijn te gunnen om alsnog aan zijn verplichtingen te voldoen.
3. Indien de verpachter van oordeel is dat de pachter tekortschiet in de nakoming van zijn verplichtingen tot onderhoud van het gepachte, kan hij, onverminderd het in het eerste lid bepaalde, de pachtkamer verzoeken een onderzoek naar de toestand daarvan in te stellen.
4. De pachtkamer geeft aan dit verzoek onverminderd gevolg en maakt van haar bevindingen een schriftelijk verslag op, waarvan zij afschrift aan partijen zendt.
5. Indien haar bevindingen haar daartoe aanleiding geven, verstrekt de pachtkamer de pachter zodanige aanwijzingen omtrent het uitvoeren van zijn verplichting tot onderhoud, als door de omstandigheden geboden mochten zijn, en stelt zij de pachter tevens een termijn binnen welke hij de aanwijzingen moet hebben opgevolgd.
6. Indien de pachter nalaat de aanwijzingen binnen de gestelde termijn op te volgen, geldt dit als een tekortkoming als bedoeld in het eerste lid, tenzij de pachter aannemelijk maakt dat dit nalaten hem niet kan worden toegerekend.
7. Behoudens het in de voorgaande leden bepaalde, is afdeling 5 van titel 5 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek op de pachtovereenkomst van toepassing.