BWBR0002269
Geldig vanaf 1958-05-01
Artikel 11
Pachtwet
1. Zolang een pachtovereenkomst of een overeenkomst tot wijziging of beëindiging van een pachtovereenkomst niet schriftelijk is aangegaan, kan de meest gerede partij de schriftelijke vastlegging daarvan vorderen.
2. De pachtkamer legt de overeenkomst schriftelijk vast, met dien verstande, dat nietige bedingen, zoveel mogelijk overeenkomstig de bedoelingen van partijen, in overeenstemming worden gebracht met de wet.
3. Op de aldus schriftelijk vastgelegde overeenkomst past de grondkamer de artikelen 5 en 6 ambtshalve toe.
2. De pachtkamer legt de overeenkomst schriftelijk vast, met dien verstande, dat nietige bedingen, zoveel mogelijk overeenkomstig de bedoelingen van partijen, in overeenstemming worden gebracht met de wet.
3. Op de aldus schriftelijk vastgelegde overeenkomst past de grondkamer de artikelen 5 en 6 ambtshalve toe.