BWBR0002269
Geldig vanaf 1958-05-01
Artikel 56e
Pachtwet
1. De in artikel 56 <em>b</em>bedoelde verplichting bestaat niet:
a. in geval van verkoop krachtens wetsbepaling of krachtens een bevel des rechters en van executoriale verkoop;
b. wanneer de verpachter overgaat tot vervreemding aan zijn echtgenoot of zijn geregistreerde partner, aan een bloed- of aanverwant in de rechte lijn of in de zijlijn tot in de tweede graad of aan een pleegkind;
c. in geval van een rechtshandeling die als een verdeling van een gemeenschap is aan te merken.
d. dit onderdeel is nog niet in werking getreden;
e. na het einde van het pachtjaar waarin de pachter de leeftijd van vijfenzestig jaren heeft bereikt, met dien verstande dat de in artikel 56b bedoelde verplichting van de verpachter tegenover de pachter in elk geval blijft bestaan gedurende de termijn waarmee de pachtovereenkomst op grond van artikel 38a, tweede lid, is verlengd.
2. Evenmin bestaat de in artikel 56 <em>b</em>bedoelde verplichting, wanneer de grondkamer op verzoek van de verpachter heeft vastgesteld dat deze een ernstige reden heeft om de pachter niet in de gelegenheid te stellen eigenaar of beperkt gerechtigde te worden. Als ernstige reden wordt steeds beschouwd de omstandigheid dat de pachter een slecht landgebruiker is.
a. in geval van verkoop krachtens wetsbepaling of krachtens een bevel des rechters en van executoriale verkoop;
b. wanneer de verpachter overgaat tot vervreemding aan zijn echtgenoot of zijn geregistreerde partner, aan een bloed- of aanverwant in de rechte lijn of in de zijlijn tot in de tweede graad of aan een pleegkind;
c. in geval van een rechtshandeling die als een verdeling van een gemeenschap is aan te merken.
d. dit onderdeel is nog niet in werking getreden;
e. na het einde van het pachtjaar waarin de pachter de leeftijd van vijfenzestig jaren heeft bereikt, met dien verstande dat de in artikel 56b bedoelde verplichting van de verpachter tegenover de pachter in elk geval blijft bestaan gedurende de termijn waarmee de pachtovereenkomst op grond van artikel 38a, tweede lid, is verlengd.
2. Evenmin bestaat de in artikel 56 <em>b</em>bedoelde verplichting, wanneer de grondkamer op verzoek van de verpachter heeft vastgesteld dat deze een ernstige reden heeft om de pachter niet in de gelegenheid te stellen eigenaar of beperkt gerechtigde te worden. Als ernstige reden wordt steeds beschouwd de omstandigheid dat de pachter een slecht landgebruiker is.