BWBR0002269
Geldig vanaf 1958-05-01
Artikel 56h
Pachtwet
1. De verpachter is aan de pachter een bedrag verschuldigd, gelijk aan de tussen partijen geldende jaarlijkse pachtprijs voor het verpachte, doch ten minste € 113,45;
a. indien hij het verpachte aan een derde vervreemdt zonder de krachtens artikel 56b, eerste lid, op hem rustende verplichting te hebben nagekomen;
b. indien hij in het geval, bedoeld in artikel 56d, tweede lid, het verpachte anders dan in het openbaar aan een derde vervreemdt tegen een lagere dan de in artikel 56 d, tweede lid bedoelde prijs.
2. Hetzelfde bedrag is verschuldigd, indien de verpachter nalaat de krachtens artikel 56 gop hem rustende verplichting na te komen, tenzij hij bewijst dat de pachter desondanks van de openbare verkoop op de hoogte was.
3. Het recht van de pachter om volledige schadevergoeding te vorderen blijft onverlet.
4. De rechtsvorderingen krachtens dit artikel verjaren door het verloop van twaalf jaren, te rekenen van de vervreemding aan een derde.
a. indien hij het verpachte aan een derde vervreemdt zonder de krachtens artikel 56b, eerste lid, op hem rustende verplichting te hebben nagekomen;
b. indien hij in het geval, bedoeld in artikel 56d, tweede lid, het verpachte anders dan in het openbaar aan een derde vervreemdt tegen een lagere dan de in artikel 56 d, tweede lid bedoelde prijs.
2. Hetzelfde bedrag is verschuldigd, indien de verpachter nalaat de krachtens artikel 56 gop hem rustende verplichting na te komen, tenzij hij bewijst dat de pachter desondanks van de openbare verkoop op de hoogte was.
3. Het recht van de pachter om volledige schadevergoeding te vorderen blijft onverlet.
4. De rechtsvorderingen krachtens dit artikel verjaren door het verloop van twaalf jaren, te rekenen van de vervreemding aan een derde.