BWBR0002269
Geldig vanaf 1958-05-01
Artikel 164
Pachtwet
1. Indien vóór het in werking treden van deze wet niet een verzoek tot verlenging overeenkomstig artikel 30, eerste lid, van het Pachtbesluit is ingediend, kan, in afwijking van het bepaalde in artikel 36 van deze wet, een pachtovereenkomst, welke door het verstrijken van de termijn binnen twee jaren na het in werking treden van deze wet eindigt, slechts worden verlengd op verzoek van de pachter, gedaan ten minste één jaar voor het einde van de lopende pachtovereenkomst. In bijzondere gevallen kan ook een verzoek, dat na dit tijdstip is gedaan, in behandeling worden genomen.
2. Op een verzoek, als bedoeld in het vorige lid, wordt beschikt overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 38-48.
2. Op een verzoek, als bedoeld in het vorige lid, wordt beschikt overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 38-48.