BWBR0001903
Geldig vanaf 2020-01-01
Artikel 276
Wetboek van Strafvordering
1. Indien op de terechtzitting blijkt dat de bijstand van een tolk nodig is en deze niet aanwezig is, beveelt de rechtbank de oproeping van een tolk.
2. Als tolk wordt slechts toegelaten degene die niet reeds in een andere kwaliteit aan het onderzoek deelneemt.
3. Indien de tolk geen beëdigde tolk in de zin van de <a href="/wet/BWBR0022704" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet beëdigde tolken en vertalers</a>is, beëdigt de voorzitter de tolk dat hij zijn taak naar zijn geweten zal vervullen alvorens de tolk zijn werkzaamheden aanvangt.
4. De verdachte die daarvoor redenen aanvoert, kan de tolk wraken. De rechtbank doet daarover zo spoedig mogelijk uitspraak.
2. Als tolk wordt slechts toegelaten degene die niet reeds in een andere kwaliteit aan het onderzoek deelneemt.
3. Indien de tolk geen beëdigde tolk in de zin van de <a href="/wet/BWBR0022704" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet beëdigde tolken en vertalers</a>is, beëdigt de voorzitter de tolk dat hij zijn taak naar zijn geweten zal vervullen alvorens de tolk zijn werkzaamheden aanvangt.
4. De verdachte die daarvoor redenen aanvoert, kan de tolk wraken. De rechtbank doet daarover zo spoedig mogelijk uitspraak.