BWBR0001903
Geldig vanaf 2020-01-01
Artikel 101
Wetboek van Strafvordering
1. De officier van justitie geeft inbeslaggenomen pakketten, brieven, stukken en andere berichten, welke aan een postvervoerbedrijf als bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0025572" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Postwet 2009</a>of een geregistreerde ingevolge <a href="/wet/BWBR0009950/artikel/2.1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2.1, vierde lid, van de Telecommunicatiewet</a>dan wel aan een andere instelling van vervoer waren toevertrouwd en welker inbeslagneming niet wordt gehandhaafd onverwijld aan de vervoerder ter verzending terug.
2. Tot de kennisneming van de inhoud der overige zaken, voor zover deze gesloten zijn, gaat de officier van justitie niet over dan na daartoe door de rechter-commissaris te zijn gemachtigd.
3. De machtiging kan zowel mondeling als schriftelijk worden gevorderd en verleend.
4. Wordt de machtiging geweigerd, dan geeft de officier van justitie de inbeslaggenomen zaken onverwijld aan de vervoerder ter verzending terug.
2. Tot de kennisneming van de inhoud der overige zaken, voor zover deze gesloten zijn, gaat de officier van justitie niet over dan na daartoe door de rechter-commissaris te zijn gemachtigd.
3. De machtiging kan zowel mondeling als schriftelijk worden gevorderd en verleend.
4. Wordt de machtiging geweigerd, dan geeft de officier van justitie de inbeslaggenomen zaken onverwijld aan de vervoerder ter verzending terug.