BWBR0001903
Geldig vanaf 2020-01-01
Artikel 160
Wetboek van Strafvordering
1. Ieder die kennis draagt van een der misdrijven omschreven in de <a href="/wet/BWBR0001854/artikel/92" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 92-110 van het Wetboek van Strafrecht</a>, in <a href="/wet/BWBR0001854" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Titel VII van het Tweede Boek van dat Wetboek</a>, voor zoover daardoor levensgevaar is veroorzaakt, of in de <a href="/wet/BWBR0001854/artikel/287" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 287 tot en met 294</a>en <a href="/wet/BWBR0001854/artikel/296" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">296 van dat wetboek</a>, van menschenroof of van verkrachting als bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0001854/artikel/243" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 243</a>, <a href="/wet/BWBR0001854/artikel/246" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">246</a>, <a href="/wet/BWBR0001854/artikel/248" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">248</a>en <a href="/wet/BWBR0001854/artikel/250" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">250</a>, is verplicht daarvan onverwijld aangifte te doen bij een opsporingsambtenaar. Gelijke verplichting geldt ten aanzien van een ieder die kennis draagt van een terroristisch misdrijf.
2. De bepaling van het eerste lid is niet van toepassing op hem die door de aangifte gevaar zou doen ontstaan voor eene vervolging van zichzelven of van iemand bij wiens vervolging hij zich van het afleggen van getuigenis zou kunnen verschoonen.
3. Evenzoo is ieder die kennis draagt dat iemand gevangen gehouden wordt op eene plaats die niet wettig daarvoor bestemd is, verplicht daarvan onverwijld aangifte te doen bij een opsporingsambtenaar.
2. De bepaling van het eerste lid is niet van toepassing op hem die door de aangifte gevaar zou doen ontstaan voor eene vervolging van zichzelven of van iemand bij wiens vervolging hij zich van het afleggen van getuigenis zou kunnen verschoonen.
3. Evenzoo is ieder die kennis draagt dat iemand gevangen gehouden wordt op eene plaats die niet wettig daarvoor bestemd is, verplicht daarvan onverwijld aangifte te doen bij een opsporingsambtenaar.