BWBR0001903
Geldig vanaf 2020-01-01
Artikel 6:1:25
Wetboek van Strafvordering
1. De raad voor de kinderbescherming heeft tot taak toezicht te houden op de uitvoering van reclasseringswerkzaamheden met betrekking tot jeugdigen, en is in dat kader bevoegd de gecertificeerde instelling als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0034925/artikel/1.1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1.1 van de Jeugdwet</a>danwel, indien het minderjarigen betreft, een reclasseringsinstelling als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0001854/artikel/14c" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht</a>aanwijzingen te geven.
2. In door Onze Minister aan te wijzen gevallen kan de raad voor de kinderbescherming de gecertificeerde instelling inschakelen voor vrijwillige begeleiding van een jeugdige of de jongvolwassene die ten tijde van het begaan van het strafbaar feit waar hij van verdacht wordt, de leeftijd van achttien jaren maar nog niet die van drieëntwintig jaren heeft bereikt.
2. In door Onze Minister aan te wijzen gevallen kan de raad voor de kinderbescherming de gecertificeerde instelling inschakelen voor vrijwillige begeleiding van een jeugdige of de jongvolwassene die ten tijde van het begaan van het strafbaar feit waar hij van verdacht wordt, de leeftijd van achttien jaren maar nog niet die van drieëntwintig jaren heeft bereikt.