BWBR0001903
Geldig vanaf 2020-01-01
Artikel 126c
Wetboek van Strafvordering
1. De officier van justitie kan bij dringende noodzakelijkheid ter inbeslagneming elke plaats, alsmede een woning zonder toestemming van de bewoner doorzoeken indien zich daar vermoedelijk bescheiden of gegevens als bedoeld in artikel 126aof voorwerpen als bedoeld in artikel 94abevinden.
2. Artikel 97, tweede, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
2. Artikel 97, tweede, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.