BWBR0001903
Geldig vanaf 2020-01-01
Artikel 6:4:21
Wetboek van Strafvordering
1. Indien bij een bevel als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0001854/artikel/14a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 14a van het Wetboek van Strafrecht</a>storting van een waarborgsom als bijzondere voorwaarde is gesteld, vinden de artikelen 6:1:1, 6:4:1, eerste lid en tweede lid, eerste zin, 6:4:3, zesde lid, en 6:4:8overeenkomstige toepassing.
2. Voor de storting wordt in geen geval een langere termijn gesteld dan drie maanden, te rekenen van de dag waarop het vonnis of het arrest voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden.
3. Teruggave van de waarborgsom geschiedt op aanwijzing van Onze Minister.
2. Voor de storting wordt in geen geval een langere termijn gesteld dan drie maanden, te rekenen van de dag waarop het vonnis of het arrest voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden.
3. Teruggave van de waarborgsom geschiedt op aanwijzing van Onze Minister.