BWBR0001903
Geldig vanaf 2020-01-01
Artikel 6:6:37
Wetboek van Strafvordering
1. De volgende beslissingen worden bij beschikking genomen, nadat de veroordeelde en indien deze minderjarig is, ook degenen die het gezag over hem uitoefenen, zijn gehoord of behoorlijk opgeroepen:
a. de beslissing ter zake van verlenging van de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen;
b. de beslissing ter zake van verlenging van de voorwaardelijke beëindiging van de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen;
c. de beslissing ter zake van tijdelijke opneming in een justitiële jeugdinrichting;
d. de beslissing ter zake van verlenging van de termijn van de maatregel betreffende het gedrag van de jeugdige.
2. Door vernummering vervallen.
3. Indien de rechter een beslissing, bedoeld in het eerste lid, onder b, overweegt, wordt het slachtoffer bedoeld in artikel 51e, tweede lid, in de gelegenheid gesteld een verklaring af te leggen, voor zover gedurende het onderzoek de voorwaarden waaronder een verlenging of beëindiging van de maatregel van plaatsing in een inrichting van jeugdigen kan worden opgelegd inhoudelijk worden besproken. De verklaring ziet uitsluitend op de voorwaarden die direct de belangen van het slachtoffer raken. De verklaring kan ook worden afgelegd door de personen, bedoeld in artikel 51e, derde, vierde, zevende en achtste lid.
3. Het openbaar ministerie en de veroordeelde kunnen beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden tegen:
a. de beslissingen, bedoeld in het eerste lid, onder a, b en d;
b. de beslissing ter zake van terugplaatsing in een inrichting;
c. de beslissing ter zake van omzetting van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen in de maatregel tot terbeschikkingstelling.
4. De artikelen artikel 6:6:11, vierde lid, en 6:6:15 tot en met 6:6:17zijn van overeenkomstige toepassing.
a. de beslissing ter zake van verlenging van de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen;
b. de beslissing ter zake van verlenging van de voorwaardelijke beëindiging van de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen;
c. de beslissing ter zake van tijdelijke opneming in een justitiële jeugdinrichting;
d. de beslissing ter zake van verlenging van de termijn van de maatregel betreffende het gedrag van de jeugdige.
2. Door vernummering vervallen.
3. Indien de rechter een beslissing, bedoeld in het eerste lid, onder b, overweegt, wordt het slachtoffer bedoeld in artikel 51e, tweede lid, in de gelegenheid gesteld een verklaring af te leggen, voor zover gedurende het onderzoek de voorwaarden waaronder een verlenging of beëindiging van de maatregel van plaatsing in een inrichting van jeugdigen kan worden opgelegd inhoudelijk worden besproken. De verklaring ziet uitsluitend op de voorwaarden die direct de belangen van het slachtoffer raken. De verklaring kan ook worden afgelegd door de personen, bedoeld in artikel 51e, derde, vierde, zevende en achtste lid.
3. Het openbaar ministerie en de veroordeelde kunnen beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden tegen:
a. de beslissingen, bedoeld in het eerste lid, onder a, b en d;
b. de beslissing ter zake van terugplaatsing in een inrichting;
c. de beslissing ter zake van omzetting van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen in de maatregel tot terbeschikkingstelling.
4. De artikelen artikel 6:6:11, vierde lid, en 6:6:15 tot en met 6:6:17zijn van overeenkomstige toepassing.