BWBR0001903 Geldig vanaf 2020-01-01
Artikel 156 Sv
Wetboek van Strafvordering — artikel 156
1. Ambtenaren, met de opsporing van strafbare feiten belast, die geen hulpofficier van justitie zijn, doen door hen opgemaakte processen-verbaal, alsmede bij hen binnengekomen aangiften of berichten ter zake van strafbare feiten, met de inbeslaggenomen voorwerpen, onverwijld toekomen aan de hulpofficier van justitie onder wiens rechtstreeks bevel of toezicht zij staan dan wel aan de officier van justitie, indien een richtlijn van het openbaar ministerie dat voorschrijft of de officier van justitie zulks beveelt.
2. De hulpofficieren van justitie doen de processen-verbaal, bij hen binnengekomen of door hen opgemaakt, de aangiften, berichten en inbeslaggenomen voorwerpen onverwijld toekomen aan de officier van justitie.
3. Toezending kan met instemming van de officier van justitie achterwege worden gelaten.
2. De hulpofficieren van justitie doen de processen-verbaal, bij hen binnengekomen of door hen opgemaakt, de aangiften, berichten en inbeslaggenomen voorwerpen onverwijld toekomen aan de officier van justitie.
3. Toezending kan met instemming van de officier van justitie achterwege worden gelaten.
- Citeren als
- Art. 156 Sv
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0001903
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl