BWBR0001903
Geldig vanaf 2020-01-01
Artikel 6:6:28
Wetboek van Strafvordering
1. De rechter die de straf heeft opgelegd kan te allen tijde de veroordeelde aan wie een jeugddetentie is opgelegd, voorwaardelijk in vrijheid stellen.
2. In geval van een voorwaardelijke invrijheidstelling wordt een proeftijd bepaald van ten hoogste twee jaren. De duur van de proeftijd en de gestelde voorwaarden worden de veroordeelde in persoon betekend. <a href="/wet/BWBR0001854/artikel/77z" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Artikel 77z van het Wetboek van Strafrecht</a>en de artikelen 6:1:18, derde lid, 6:3:14, 6:6:19en 6:6:21van dit wetboek zijn van overeenkomstige toepassing.
2. In geval van een voorwaardelijke invrijheidstelling wordt een proeftijd bepaald van ten hoogste twee jaren. De duur van de proeftijd en de gestelde voorwaarden worden de veroordeelde in persoon betekend. <a href="/wet/BWBR0001854/artikel/77z" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Artikel 77z van het Wetboek van Strafrecht</a>en de artikelen 6:1:18, derde lid, 6:3:14, 6:6:19en 6:6:21van dit wetboek zijn van overeenkomstige toepassing.