BWBR0001903
Geldig vanaf 2020-01-01
Artikel 361a
Wetboek van Strafvordering
Heeft de officier van justitie tevens een vordering ingediend tot het gelasten van gehele of gedeeltelijke tenuitvoerlegging van een met toepassing van <a href="/wet/BWBR0001854/artikel/14a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 14a van het Wetboek van Strafrecht</a>opgelegde straf, dan beraadslaagt de rechtbank mede over haar bevoegdheid om over de vordering te oordelen, over de ontvankelijkheid van de officier van justitie en over de gegrondheid van de vordering. Het vonnis houdt alsdan, tenzij onbevoegdheid van de rechtbank om over de vordering te oordelen of niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie wordt uitgesproken, ook de beslissing van de rechtbank over de vordering in.