BWBR0049842
Geldig vanaf 2025-01-28
Artikel 2.2.14
Tijdelijke subsidieregeling zero-emissie mobiliteit
1. Binnen dertien weken nadat de activiteit is afgerond wordt door de subsidieontvanger een aanvraag tot subsidievaststelling ingediend met gebruikmaking van een door de Minister beschikbaar gesteld digitaal formulier dat wordt geplaatst op de website van RVO.
2. In aanvulling op artikel 24 van het Kaderbesluitbevat de aanvraag tot vaststelling van de subsidie voor de subsidiabele activiteit, bedoeld in artikel 2.2.3, eerste lid, in elk geval:
a. de EAN-code, te weten het unieke 18-cijferig nummer dat de hernieuwbare elektriciteit op het net identificeert die de laadstations gebruiken; en
b. een contract met een energieleverancier of een garantie van oorsprong als bedoeld in artikel 19 van Richtlijn (EU) 2018/2001 waaruit blijkt dat uitsluitend hernieuwbare elektriciteit wordt geleverd voor de laadstations.
3. De subsidieontvanger kan bij de Minister een eenmalig verzoek doen tot uitstel van maximaal 12 maanden van de indiening van de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, indien hij kan aantonen dat de benodigde tijd voor de realisatie van de laadinfrastructuur langer is dan de periode, genoemd in artikel 2.2.12, onderdeel a.
2. In aanvulling op artikel 24 van het Kaderbesluitbevat de aanvraag tot vaststelling van de subsidie voor de subsidiabele activiteit, bedoeld in artikel 2.2.3, eerste lid, in elk geval:
a. de EAN-code, te weten het unieke 18-cijferig nummer dat de hernieuwbare elektriciteit op het net identificeert die de laadstations gebruiken; en
b. een contract met een energieleverancier of een garantie van oorsprong als bedoeld in artikel 19 van Richtlijn (EU) 2018/2001 waaruit blijkt dat uitsluitend hernieuwbare elektriciteit wordt geleverd voor de laadstations.
3. De subsidieontvanger kan bij de Minister een eenmalig verzoek doen tot uitstel van maximaal 12 maanden van de indiening van de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, indien hij kan aantonen dat de benodigde tijd voor de realisatie van de laadinfrastructuur langer is dan de periode, genoemd in artikel 2.2.12, onderdeel a.