BWBR0049842
Geldig vanaf 2025-01-28
Artikel 2.3.4
Tijdelijke subsidieregeling zero-emissie mobiliteit
1. Subsidie op grond van deze paragraaf kan worden aangevraagd door een onderneming die staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, met een vestiging in Nederland.
2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid kan een samenwerkingsverband van ondernemingen als bedoeld in het eerste lid subsidie aanvragen voor de subsidiabele activiteit bedoeld in artikel 2.3.3, eerste lid, onderdeel a.
3. In afwijking van het eerste lid geldt dat voor de subsidiabele activiteit, bedoeld in artikel 2.3.3, eerste lid, onderdeel b, indien de investering de aanleg van een laadstation betreft met een vermogen vanaf 600 kW, alleen een OV-concessiehouder subsidie kan aanvragen.
4. In afwijking van het eerste en tweede lid kan geen subsidie worden aangevraagd door:
a. een publiekrechtelijk zelfstandig bestuursorgaan met rechtspersoonlijkheid, provincie, gemeente, waterschap of openbaar lichaam als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen;
b. een exploitant van laadinfrastructuur.
5. In afwijking van het vierde lid, onderdeel b, kan een exploitant van laadinfrastructuur subsidie aanvragen indien de aanvraag realisatie van laadinfrastructuur voor eigen voertuigen of voertuigen van de eigen werknemers betreft.
2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid kan een samenwerkingsverband van ondernemingen als bedoeld in het eerste lid subsidie aanvragen voor de subsidiabele activiteit bedoeld in artikel 2.3.3, eerste lid, onderdeel a.
3. In afwijking van het eerste lid geldt dat voor de subsidiabele activiteit, bedoeld in artikel 2.3.3, eerste lid, onderdeel b, indien de investering de aanleg van een laadstation betreft met een vermogen vanaf 600 kW, alleen een OV-concessiehouder subsidie kan aanvragen.
4. In afwijking van het eerste en tweede lid kan geen subsidie worden aangevraagd door:
a. een publiekrechtelijk zelfstandig bestuursorgaan met rechtspersoonlijkheid, provincie, gemeente, waterschap of openbaar lichaam als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen;
b. een exploitant van laadinfrastructuur.
5. In afwijking van het vierde lid, onderdeel b, kan een exploitant van laadinfrastructuur subsidie aanvragen indien de aanvraag realisatie van laadinfrastructuur voor eigen voertuigen of voertuigen van de eigen werknemers betreft.