BWBR0036381
Geldig vanaf 2015-07-01
Artikel 24
Kaderbesluit subsidies I en M
1. Een aanvraag tot een beschikking tot subsidievaststelling vindt plaats binnen dertien weken na het verricht zijn van de activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt. Bij ministeriële regeling of bij de beschikking tot subsidieverstrekking kan een andere termijn worden bepaald. Als er sprake is van een subsidie waarbij verantwoord wordt volgens het principe van Single Information Single Audit als bedoeld in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswetvindt vaststelling plaats op basis van die verantwoording.
2. In afwijking van het eerste lid kan bij ministeriele regeling worden bepaald dat de subsidie ambtshalve wordt vastgesteld. De beschikking tot subsidieverstrekking vermeldt de datum waarop:
a. de activiteiten uiterlijk zijn verricht;
b. de subsidie uiterlijk ambtshalve wordt vastgesteld.
3. De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, wordt ingediend met gebruikmaking van een daartoe door Onze Minister beschikbaar gesteld middel, tenzij bij ministeriële regeling anders is bepaald. De aanvraag gaat vergezeld van de in het middel aangegeven bescheiden, waaronder in elk geval een verslag omtrent het verloop, de uitvoering en de resultaten van de activiteit, waaruit blijkt dat de subsidie-ontvanger aan de verplichtingen heeft voldaan.
4. De subsidie-ontvanger voegt bij de aanvraag tot subsidievaststelling voor een subsidie van € 125.000,– of meer:
a. een financiële verantwoording;
b. indien de gemaakte kosten 10 % of meer afwijken van de onderbouwde begrotingspost van de aanvraag: een toelichting daarop; en
c. een controleverklaring.
5. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat, in afwijking van het vierde lid, onderdeel c, de aanvraag niet vergezeld hoeft te gaan van een controleverklaring.
2. In afwijking van het eerste lid kan bij ministeriele regeling worden bepaald dat de subsidie ambtshalve wordt vastgesteld. De beschikking tot subsidieverstrekking vermeldt de datum waarop:
a. de activiteiten uiterlijk zijn verricht;
b. de subsidie uiterlijk ambtshalve wordt vastgesteld.
3. De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, wordt ingediend met gebruikmaking van een daartoe door Onze Minister beschikbaar gesteld middel, tenzij bij ministeriële regeling anders is bepaald. De aanvraag gaat vergezeld van de in het middel aangegeven bescheiden, waaronder in elk geval een verslag omtrent het verloop, de uitvoering en de resultaten van de activiteit, waaruit blijkt dat de subsidie-ontvanger aan de verplichtingen heeft voldaan.
4. De subsidie-ontvanger voegt bij de aanvraag tot subsidievaststelling voor een subsidie van € 125.000,– of meer:
a. een financiële verantwoording;
b. indien de gemaakte kosten 10 % of meer afwijken van de onderbouwde begrotingspost van de aanvraag: een toelichting daarop; en
c. een controleverklaring.
5. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat, in afwijking van het vierde lid, onderdeel c, de aanvraag niet vergezeld hoeft te gaan van een controleverklaring.